Dit najaar wil ik deelnemen aan de grootste marathon ter wereld: deze van New York City. Deze deelname staat volledig in het teken van de organisatie mediclowns.
De mediclowns werden opgericht in 1998 met als doel zieke kinderen te bezoeken.
De clowns bezoeken jaarlijks ongeveer 6000 kinderen in het ziekenhuis en ook ernstig zieke kinderen aan huis. Hiervoor hebben ze veel middelen nodig. Om aan deze middelen te komen, loop ik voor hen 42,195 km ! Jij kan hen en mij steunen door €€ te storten op BE37 7350 0794 8328 van vzw Mediclowns met vermelding : ‘Steun Werner Heselmans New York Marathon’ (fiscaal attest voor elke storting van €40,00 of meer). Doe het vandaag nog.
DCLA Training met lange snelle stukken
De hele dag al schijnt de zon. Op sociale media lees je niets anders dan hoe leuk het is om met dit weer te lopen. Voor mij is het wachten tot het (bijna) donker is vooraleer ik de loopschoenen kan aantrekken. De zware trainingsweek heeft toch wat recuperatie geëist en om geen overbodig risico te nemen, geef ik mijn lichaam de nodige rust. In het weekend staat er weer een zware inspanning (25K in Lier) te wachten, dus wil ik niet overdrijven tijdens deze training.
Tijdens de opwarming babbel ik wat met de anderen, maar de rechter achillespees laat zich toch steeds voelen. De pijn wordt niet erger en dus loop ik rustig verder. Intussen is de zon verdwenen en is het flink afgekoeld. Ik ben zeker niet te warm aangekleed. De opwarming is dus niet enkel om mijn spieren op te warmen. Na de opwarming legt Miel uit wat ons verder te wachten staat.
Starten doen we met een 1400m ‘rollen’, onmiddellijk gevolgd met 700m snel. Deze begrippen (rollen, vlot en snel) zijn voor iedereen verschillend, maar kortweg komt het hierop neer: rollen = 12km/u, vlot=13km/u en snel is >14 km/u. De eerste 1400m worden afgelegd net boven de 12 km/u en de 700m snel loop ik gemiddeld net boven de 16 km/u. Voor een eerste versnelling is dit al vrij goed doorgelopen. Het is nu belangrijk om dit bij de volgende snelle stukken te kunnen herhalen.
Het tweede gedeelte verloopt analoog maar met de afstanden 800m rollen en 700m snel. Het rollen komt iets trager op gang, maar toch wordt er een goede 12 km/u gelopen. Het snelle stuk loop ik net iets onder de 16 km/u, maar dat komt voornamelijk door de minder vlakke parcours. Door de slechte staat van de eigenlijke Finse piste, lopen we op een alternatief parcours en bovendien is het Heuvelhofpark niet overal vlak.
Het derde stuk bevat een kortere inloopstrook. Na 200m rollen, moet er al versneld worden. Het rollen gebeurt duidelijk met de nodige reserve. Het snelle stuk loop ik ook iets minder snel dan bij de voorgaande stukken. Toch ligt op het einde mijn hartslag opnieuw kort bij de 180 hs/min.
Bij het laatste deel wordt er niet meer ingelopen en wordt er enkel snel gelopen. Het wordt dan onmiddellijk met al zware benen versnellen en dit 700m volhouden. Ik start al onmiddellijk vrij snel en moet de opgebouwde voorsprong nu proberen vol te houden. Het wordt dan ook alles geven om de snelheid zo hoog te houden. Hierdoor krijg ik mijn hartslag zelfs net boven de 180 hs/min.
Hierna blijft er niets anders over dan nog twee rondjes uitlopen. Bij de opwarming voelde ik mijn achillespees al en tijdens de snelle stukken leek het alsof de pijn verdwenen was. Niets is minder waar, de pijn is sinds de training toch wel erger dan er voor. Was dit de training te veel?? De volgende vraag is nu of het wel een goed idee is om zaterdag in Lier de 25km te lopen.
Herstelloop Sequoia(-)
De toch wel zwaardere inspanning van gisteren is nog niet echt verteerd. Ondanks ik er een LSD van wou maken, wat dus Slow inhoudt, vereist deze inspanning volgens Suunto een hersteltijd van 65 uur. Dit is bijna drie dagen!!
Ik onderschat de inspanning niet, maar ik ben toch zeker niet van plan om nu drie dagen helemaal niets te doen. Het zal wel enkele dagen rustig aan zijn. Het laatste wat ik wil is nu een blessure oplopen die vermeden kan worden.
Anderzijds voel ik toch niets in mijn spieren, dus dat zit al goed. Toch voel ik mijn knieën als ik lang gezeten heb. De boodschap is dus niet te lang blijven zitten en voldoende bewegen. Een rustig loopje tijdens de lunchpauze moet dus wel kunnen, niet?
Om 12u trek ik dan toch maar mijn sportkleren aan en vertrek met enkele collega’s voor onze standaard omloop. Hij wordt wel een beetje ingekort, vandaar de (-), wegens te veel modder op sommige stukken van het parcours. Ieder heeft een reden om het rustigaan te doen en dus doen we dat ook. De eerste kilometers worden net boven de 10km/u afgelegd.
Voorbij het kasteel van Arenberg is er een lang recht stuk in een open vlakte en met de wind in het gezicht. Hierdoor moet de inspanning sowieso aangepast worden en verhoogt de snelheid toch wel lichtjes naar de buurt van de 11km/u. Als we het verste punt bereikt hebben, speelt de wind niet meer in het nadeel, maar dan zorgt het stijgend landschap voor de nodige inspanningsverhoging.
Ondanks de voorgestelde rust, ben ik toch tevreden om dit loopje gedaan te hebben. En morgen??
Extra lange duurloop #MR16 #roadtorotterdam
Er zijn van die trainingen die echt moeten. Vandaag is er zo eentje. Het is de bedoeling om minstens twee uur en drie kwartier te lopen over een geschatte afstand van 33km. Een echte voorbereiding is er niet aan vooraf gegaan. Integendeel zelfs, de afgelopen week was een vrij zware trainingsweek met een eerste lange duurloop van 2,5 uur op dinsdag en zowel op donderdag als vrijdag een vrij intensieve duurloop. Op zaterdagavond was er toevallig een spaghetti-avond van de lokale voetbalploeg VK Linden en dat is natuurlijk een ideaal recept de avond voor een lange duurloop, ware het niet dat er ook moet gedronken worden bij het eten.
Na het ontbijt was er nog ruimschoots tijd om het parcours uit te stippelen. Via afstandmeten.nl teken ik een parcours uit gebaseerd op de Horstroute. Tijdens deze voorbereiding kijk ik ook even naar buiten en stel alleen maar vast dat er een stevige westenwind staat. Dit betekent dat er van kilometer 15 tot 25 zwaarder zal moeten gelopen worden. Ondanks de 11°C zal ik hier toch moeten rekening houden met een verfrissende tegenwind. Dit maakt de kledijkeuze iets moeilijker. Ik kies toch maar voor twee lagen, een T-shirt en een loopshirt met lange mouwen.
Nadat mijn drinkbus gevuld is met Isostar Hydrate & Performe kan ik mijn schoenen aantrekken, horloge activeren met het uitgetekende parcours en effectief vertrekken. De eerste kilometers verlopen vrij vlot. Eigenlijk kan het ook niet anders want ik heb hier een windvoordeel. Hierdoor voelt het wel veel te warm aan en moet ik zelfs mijn loopshirt uittrekken om verder te lopen in T-shirt. De eerste 10 kilometer worden afgelegd in 50’40”. Zelfs met dit windvoordeel ben ik hier zeker tevreden mee. Intussen besef ik dat het zwaarste stuk nog moet komen. Ik houd ook steeds in mijn achterhoofd welke martelgang ik op ditzelfde parcours heb meegemaakt in de voorbereiding van Antwerpen.
De stevige beklimming op de Panoramastraat in Nieuwrode wordt goed verteerd. Daarna begint het lange stuk richting Holsbeek met tegenwind. Met het lichaam iets verder naar voor leunend, probeer ik het tempo er toch nog in te houden. Zowel richting Holsbeek (15km-21km), als verder richting Kessel-Lo (21km-27km) kan ik toch blijven lopen aan 5’10” min/km. De vermoeidheid begint zich toch wel op te dringen. De drinkbus is dan ook bijna leeg. Een extra gelleke laat ik zitten waar het zit. Dergelijke trainingen moeten de vetverbranding stimuleren en dus verplicht ik mijn lichaam om daar nu werk van te maken.
De laatste kilometers zijn toch wel zwaar. De helling (Boskouter) maakt het er niet beter op. De hartslag bereikt een piek van 163 hs/min. Waarschijnlijk omdat deze niet hoger meer geraakt. De laatste vier kilometer bevatten nog aardig wat hoogtemeters. Na een dergelijke training wegen deze zwaar door en ben ik toch wel blij dat het doel bereikt is.
Bij thuiskomst wacht er een recovery shake van Etixx en een warm bad. Het zal voor mij een rustig avondje worden, denk ik.
Het parcours op afstandmeten.nl.
DCLA duurloop met versnellingen
Een werkweek wordt steevast afgesloten met de DCLA duurloop op vrijdagavond. De zon staat al de hele dag mooi te schijnen en wanneer ga ik lopen? Juist, als de zon weg is. Ik kijk dan ook verlangend uit naar de duurloop met de collega’s van de loopgroep van Miel. Ondanks de vele kilometers deze week en de wedstrijdsimulatie van gisteren, voel ik me goed om vanavond te lopen. Het komende weekend, waarschijnlijk op zondag, staat er nog een lange trage duurloop op het programma en dus wil ik me vandaag niet forceren.
Stipt om kwart over zes vertrekken we aan onze wintertoer. Het is nog niet volledig donker en voor een keer is het prachtig weer, droog, maar met een fris windje. Bij de start heb ik het vrij fris, maar dat komt, hopelijk, wel in orde tijdens het lopen. De eerste kilometers verlopen, zoals meestal, niet al te snel. Ik heb dan ook tijd om wat met Miel te praten over de voorbereiding van een marathon. Na vier kilometer splitst de groep zich net als vorige week. De meeste lopen een iets korter traject en met vier lopen we het originele traject. Dit stukje is niet alleen 400m langer, maar bevat ook nog eens een extra helling. Het is dan ook noodzakelijk om de snelheid op te drijven als we de groep nog willen inhalen. De snelheid neemt stelselmatig toe tot zelfs 15,5 km/u om de groep in te halen. Op de helling naar het Bed van Napoleon houden we de snelheid op 14 km/u. De groep zelf had zelf ook de snelheid wat verhoogd waardoor een nog hogere snelheid en een grotere afstand vereist was om ze terug in te halen.
Intussen bedraagt de snelheid van de groep 12,5 km/u. Mijn hartslag blijft dan ook hangen rond de 150 hs/min. Dit zou iets lager moeten zijn bij deze snelheid, maar ik zal er maar van uit gaan dat de versnelling er voor iets tussen zit. De eindversnelling begon vorige week vrij vroeg; dit keer zie ik een de eerste weglopen net voorbij het centrum van Linden. Met een kort sprintje sluit ik bij de eerste aan en ben ik klaar voor de eindsprint. Tot net voorbij de Kastaar, waar echt de laatste rechte lijn begint, wordt er gelopen aan 14 km/u. Daarna zet ik de echte versnelling in. Ik blijf de snelheid opdrijven tot een piek van boven de 17 km/u de laatste meters.
Na deze eindrush blijft er nog een kilometer over om de anderen te laten terugkomen en om iets rustiger uit te lopen, zodat de spieren niet te veel verzuren door onmiddellijk na de sprint helemaal stil te staan. Toch blijkt dit voor mij de snelste afgelegde wintertoer te zijn, met een gemiddeld tempo van 4’45” min/km of 12,6 km/u.
CISM Day Run
Het moet ooit de eerste keer zijn. Geen idee de hoeveelste editie het is van de CISM Day Run, maar voor mij is het dit jaar de eerste deelname. Het stond nochtans niet op mijn agenda, maar een verandering in de werkagenda heeft het toch mogelijk gemaakt.
Met enkele collega’s vertrekken we richting Duisburg voor een bosloop van 10km waar alle lopers (en wandelaars) van Defensie kunnen aan deelnemen. Deze loop heeft een gezamenlijke start, maar zonder registratie van deelnemers, noch tijd aan de aankomst. Toch wil ik er een stevige loop van maken; een wedstrijdsimulatie zeg maar.
Op het moment van het startschot sta ik nog rustig te babbelen en ben dus al op achtervolgen aangewezen van voor de start. Eerste les: de concentratie moet er zijn vóór de start. Gelukkig had ik een korte opwarming achter de rug en zou deze extra versnelling me toch niet té zuur opbreken. Het is natuurlijk al een weg zoeken om tussen de tragere deelnemers snel te kunnen lopen. Uiteindelijk, door te starten aan 16 à 17 km/u, geraak ik toch vrij snel op een plaats waar ik vrij kan lopen. Na de snelle start is het een beetje zoeken om een snelheid te lopen die niet onder mijn kunnen ligt, maar die ik wel 10km kan volhouden. Ik laat enkele snellere lopers , waaronder één vrouw, nog passeren, maar houd ze wel binnen bereik om ze later terug in te halen. Ik vind een evenwicht met een snelheid van 14,4 km/u of 4’10” min/km.
Na iets meer dan 4km verlaten we de brede vlakke wegen en ruilen deze in voor bospaden, waar niet alleen meer hoogteverschileln zijn, maar ook meer bochten en modder. Al bij al is het goed loopbaar en vooral, blijf ik mijn hartslag onder controle houden, ook al klopt het op dat ogenblik meer dan 165 keer per minuut. Hier haal ik diegene die me nog voorbij liepen op de eerste kilometer opnieuw in. Dit betekent helemaal niet dat ik een betere loper ben: sommige (van de militaire ploeg) beschouwen het echt als een jogging en zijn nog rustig aan het praten.
De laatste twee kilometer zijn licht stijgend, maar kan ik toch blijven lopen aan 4’10” min/km, weliswaar met een hartslag van bijna 170 hs/min. Toch kijk ik met een tevreden gevoel terug naar deze loop. Ook al was het net geen 10km, toch loop ik hier mijn tweede beste tijd op 10K.



