NCD Cross Country in Schaffen

Na meer dan twintig (!) jaar sta ik nog eens aan de start van het Nationaal Kampioenschap van Defensie Cross Country. Deze veldloop is één van de populairste wedstrijden binnen Defensie en staat dan ook bij alle lopers met stip genoteerd in de agenda.

Je leest het goed: twintig jaar geleden, minimum, kan ook langer geleden zijn. Ik heb deze veldloop ooit gelopen, omdat de eenheid een minimum aantal lopers moest afvaardigen. Waar ik toen ergens in de uitslag stond, is me gelukkig een raadsel. Dit zal waarschijnlijk niet in de eerste helft zijn.

Intussen is er aan de wedstrijd niet zo veel veranderd, maar aan Defensie wel. Er zijn maar weinig eenheden die nog voldoende deelnemers kan/wil afvaardigen. Gelukkig kan er ook individueel ingeschreven worden. Volgens het reglement, hangt mijn eenheid af van een andere eenheid en daarom probeer ik via deze toch te kunnen deelnemen aan de eenheidscompetitie. Spijtig genoeg komen we ook niet aan voldoende kandidaten en kunnen we dus enkel als individuelen deelnemen.

Vermits dit een eenheidscompetitie is, zijn er ook geen leeftijdscategorieën en loop ik als bijna vijftiger mee met de jonge veulens. Het is me op deze wedstrijd dan ook niet om de echte rangschikking te doen, maar hoop toch om niet te ver te eindigen. Voor de start hoorde ik van een ervaren deelnemer dat een top100-plaats hier heel goed is. Ik weet dus wat me te doen staat.

Het weer en de ondergrond zijn geen excuus en niet omdat dat voor iedereen hetzelfde is. Het is niet al te koud en er staat een matige westenwind. Bij de stukken met wind op kop hoop ik achter iemand te kunnen lopen. De ondergrond is één grote grasvlakte, maar ligt niet als een voetbalveld. Het wordt opletten geblazen om geen voeten om te slaan.

Het groot aantal deelnemers dat sneller is dan ik, zorgt er wel voor dat het vrij druk kan worden in de eerste bochten. Sneller starten heeft niet veel zin, maar het blijft wel een vereiste om niet te veel opgehouden te worden. Het blijft moeilijk om onmiddellijk na het startschot op snelheid te vertrekken. Mijn reactiesnelheid is duidelijk te traag. Zodra ik mijn eerste passen zet, zijn er velen voor mij weg. De eerste kilometer is echt uitkijken om niet te vallen, om een weg te zoeken waar je kan doorlopen en niet ingesloten te raken. De startronde van 1,9km leg ik af in 6’49” wat neerkomt op de 109e tijd. Hierna volgen er nog twee ronden van 3,75km met telkens twee hellingen.

Bij het lopen van de rest van de wedstrijd is er maar één ding: focus op snelheid. Het blijft de bedoeling om de snelheid zo hoog mogelijk te houden, zonder te veel te forceren. Er moet nog 7 km gelopen worden. Op de hellingen is het toch telkens over de limiet. Hier is het toch wel afzien. Het is voor iedereen moeilijk. Telkens kan ik hier toch wel iemand inhalen. In de erop volgende afdaling is er geen tijd om te herstellen. Ook hier moet er op het gas gedrukt worden of ze lopen gewoon van je weg. Hier zie ik opnieuw iets waaraan gewerkt mag worden: sneller lopen bij een afdaling. Onderweg hoor ik iemand tellen en zou ik op een 96ste plaats hangen. Dit moet te houden zijn, vermits ik toch nog regelmatig iemand inhaal. De eerste volledige ronde leg ik af in 14’18” wat neerkomt op een 75ste tijd.

De tweede en laatste volledige ronde moet de ronde van de bevestiging worden. Het enige doel is om niet te verzwakken. Ik blijf regelmatig andere lopers inhalen, maar zie toch af en toe iemand me inhalen. De hellingen zijn dit keer precies zwaarder en langer en dus trager, maar de snelheid blijft over het algemeen behouden. Ik probeer de voorlaatste kilometer de snelheid nog wat op te drijven, wat ook lukt, om zeker iemand net voor me te hebben bij het stuk met tegenwind. Hier blijf ik een eerst achter iemand hangen, maar voel dat er op die manier meerdere hetzelfde achter mij doen. Halfweg dit zware stuk neem ik toch over en probeer de snelheid maximaal te houden. Toch voel ik de hete adem van verschillende lopers in mijn rug. Op de laatste rechte lijn, de aankomststrook word ik door een drie of viertal voorbij gesprint. Die versnelling zat er bij niet meer in; ze waren dan ook 20 tot bijna 30 jaar jonger. Mijn tweede ronde leg ik af in 14’28” wat neerkomt op een 61ste tijd.

Als ik de rondetijden en de bijhorende rangschikking bekijk, moet ik de eerste twee kilometer toch iets sneller kunnen afleggen waardoor ik minder gehinderd word en beter kan aanpikken aan iets snellere lopers. Toch kijk ik met een tevreden blik terug op deze veldloop, samen met de senioren (23-35 jaar) over een afstand van 9,4km.

Een ander les die ik getrokken heb, is de lengte van de spikes. Op deze grasvlakte werken de spikes als blaadjesprikkers. De spikepunten zitten zo snel vol met blaadjes en moeten dus lang genoeg zijn. 12 of zelfs 15mm zijn dus geen overbodige lengtes. Mijn 9mm waren duidelijk te kort.

(103 keer bezocht, waarvan 1 vandaag)

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *