DCLA duurloop met versnellingen

Een werkweek wordt steevast afgesloten met de DCLA duurloop op vrijdagavond. De zon staat al de hele dag mooi te schijnen en wanneer ga ik lopen? Juist, als de zon weg is. Ik kijk dan ook verlangend uit naar de duurloop met de collega’s van de loopgroep van Miel. Ondanks de vele kilometers deze week en de wedstrijdsimulatie van gisteren, voel ik me goed om vanavond te lopen. Het komende weekend, waarschijnlijk op zondag, staat er nog een lange trage duurloop op het programma en dus wil ik me vandaag niet forceren.

Stipt om kwart over zes vertrekken we aan onze wintertoer. Het is nog niet volledig donker en voor een keer is het prachtig weer, droog, maar met een fris windje. Bij de start heb ik het vrij fris, maar dat komt, hopelijk, wel in orde tijdens het lopen. De eerste kilometers verlopen, zoals meestal, niet al te snel. Ik heb dan ook tijd om wat met Miel te praten over de voorbereiding van een marathon. Na vier kilometer splitst de groep zich net als vorige week. De meeste lopen een iets korter traject en met vier lopen we het originele traject. Dit stukje is niet alleen 400m langer, maar bevat ook nog eens een extra helling. Het is dan ook noodzakelijk om de snelheid op te drijven als we de groep nog willen inhalen. De snelheid neemt stelselmatig toe tot zelfs 15,5 km/u om de groep in te halen. Op de helling naar het Bed van Napoleon houden we de snelheid op 14 km/u. De groep zelf had zelf ook de snelheid wat verhoogd waardoor een nog hogere snelheid en een grotere afstand vereist was om ze terug in te halen.

Intussen bedraagt de snelheid van de groep 12,5 km/u. Mijn hartslag blijft dan ook hangen rond de 150 hs/min. Dit zou iets lager moeten zijn bij deze snelheid, maar ik zal er maar van uit gaan dat de versnelling er voor iets tussen zit. De eindversnelling begon vorige week vrij vroeg; dit keer zie ik een de eerste weglopen net voorbij het centrum van Linden. Met een kort sprintje sluit ik bij de eerste aan en ben ik klaar voor de eindsprint. Tot net voorbij de Kastaar, waar echt de laatste rechte lijn begint, wordt er gelopen aan 14 km/u. Daarna zet ik de echte versnelling in. Ik blijf de snelheid opdrijven tot een piek van boven de 17 km/u de laatste meters.

Na deze eindrush blijft er nog een kilometer over om de anderen te laten terugkomen en om iets rustiger uit te lopen, zodat de spieren niet te veel verzuren door onmiddellijk na de sprint helemaal stil te staan. Toch blijkt dit voor mij de snelste afgelegde wintertoer te zijn, met een gemiddeld tempo van 4’45” min/km of 12,6 km/u.

Movescount_logo     strava 


 

(46 keer bezocht, waarvan 1 vandaag)

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *