Bosloop met Tibo

Op maandag begint voor de meeste een normale werkweek. Vandaag is het geen routine, want ik ben een dag thuis met de kids. De school blijft een dagje dicht wegens pedagogische studiedag.

Na enkele uren saai werken voor school en wat  spelletjes spelen, vraagt Tibo zelf om een toertje te gaan lopen. Het is buiten te goed weer en dus verkiest hij om buiten te lopen in plaats van enkele kilometers op de loopband. In de namiddag trekken we beide onze loopkleren aan en gaan op pad. Zijn voorkeur is om in het bos te gaan lopen, dus lopen we in het bos. In de bossen van Linden lopen, betekent wel dat er weinig paden vlak zijn. Het zal dus klimmen of dalen worden.

De eerste kilometer is er al direct eentje waar enkel bergop gelopen wordt. We zijn dus onmiddellijk opgewarmd en bij deze vrij warme temperaturen en hoge vochtigheid komen de eerste zweetdruppels al snel op de proppen. Wanneer er minder moet geklommen worden, komt mijn hartslag toch naar beneden. Het tempo ligt nooit echt hoog, maar echt traag loopt mijn partner van 10 jaar toch ook niet. Enkele hellingen verder en met wat meer kilometers op de teller begint hij toch enkele tekenen van vermoeidheid te tonen. Hij vraagt dan ook om niet te veel omweg meer te maken en stilaan huiswaarts te lopen. Met nog één omweg door het Lindenbos komt de teller toch op bijna 7,5 km te staan.
Knap gedaan van hem.

Movescount_logo     strava


 

21K in het weekend, nog eens

Afgelopen vrijdag eindigde de DCLA-duurloop nogal pittig. Ik heb de laatste twee kilometers sneller gelopen dan ik eigenlijk voor mogelijk hield. Kortom, deze week heb ik al meer getraind op snelheid dan de hele vorige maand.

Gisteren, zaterdag, heb ik een rustdag ingelast. Vandaag is het dan tijd om het langer, maar rustig aan te doen. In elk trainingsschema en zeker in dat voor langeafstandslopers, horen voldoende trage kilometers. Deze week bestond voor een groot deel uit snelheid en daarom is het nu hoogtijd voor een duurloop. In het verleden is al duidelijk gebleken dat ik vaak te snel loop tijdens mijn duurlopen. Om mijn hartslag tijdens het lopen naar beneden te krijgen, zijn dus rustige en langere trainingen vereist. Hoogtijd om eraan te beginnen.

Een uurtje na het zondag-ontbijt sta ik klaar in short en T-shirt. Toch nog vlug eens checken wat de temperatuur is en gaat worden. Voorlopig is het nog vrij fris, maar de zon schijnt volop, dus bij 13°C en wat zon moet deze kledij volstaan. Effectief, na enkele honderden meters heb ik al echt warm genoeg. De kledij is alvast geen reden om vroeger te stoppen. Het is alleen maar te hopen dat de zon van de partij blijft. Na de eerste kilometer en dus ook na enkele licht stijgende wegen, voel ik het zweet al uitbreken. De volgende kilometer en dus na nog meer en iets zwaardere hellingen, kan ik al het zweet uit mijn ogen wrijven. Zou ik dan toch iets te veel pintjes gedronken hebben tijdens de voetbalwedstrijd van OHL??

Tot aan het centrum van Pellenberg en dat is ongeveer na 8K, zijn er voornamelijk stijgende hoogtemeters. Tot daar blijft het dan ook iets meer letten op de hartslag. Ik ben duidelijk iemand die bij de aanvang van een loop moet uitkijken om niet met een te hoge hartslag te lopen. Daarna blijft de hartslag wel binnen de perken. Het is ook vanaf daar dat de snelheid omhoog gaat, zonder grote toename van de hartslag. Tot daar ligt mijn gemiddelde snelheid rond de 11 km/u. De grote tweede helft loop ik aan een gemiddelde snelheid van om en bij de 12 km/u. Toegegeven, hier zitten veel minder stijgende hoogtemeters in, zelfs meer dalende.

Ter hoogte van de Diestsesteenweg moet ik me beginnen afvragen of ik wil de omloop wil uitbreiden. Als ik de ‘normale weg naar huis loop, kom ik aan ongeveer 18km. Als ik dus 20 of meer kilometer wil lopen, moet ik dus eerst wat extra kilometers doen. Ik besluit om vandaag toch ook minimum 21K te lopen. en ga dus een extra ronde van het provinciaal domein doen. In het provinciaal domein loop ik altijd iets sneller dan gepland. Dit keer is dat niet anders. De snelheid blijft weliswaar schommelen rond de 12 km/u. Het is er vrij druk en het is dan ook goed uitkijken om iedereen te ontwijken. De ondergrond van de weg rond de grote vijver zou eens een onderhoudsbeurt kunnen verdragen. De stenen die uitsteken vergemakkelijken het lopen zeker niet, integendeel.

Voor de laatste drie kilometer houd ik me aan de routine en loop dus via het Negenbunderpad en de Nachtegalenstraat terug huiswaarts. Het tempo blijft er goed inzitten, ondanks de tegenwind. De eerste halve marathon van de maand oktober zit erop. Strava laat me er mooi aan herinneren.

Movescount_logo     strava


 

DCLA-duurloop met pittig einde

Op vrijdag staat er natuurlijk een training van DCLA op de agenda. Het blijft steeds een uitdaging om op het einde van een werkweek nog voldoende energie over te houden om deze training tot een goed einde te brengen. Na de intervaltraining van afgelopen woensdag volgt een rustdag. Gisteren was ik als fotograaf van dienst in Brussel en ook ’s avonds heb ik de prioriteit gegeven aan het verwerken van de foto’s. Ik heb de rustdag dan ook heel letterlijk genomen en heb gisteren geen sport gedaan. Echten rusten is dat natuurlijk ook niet. Het was dan toch wel een dag van veel rechtstaan en rondlopen en dat met een zwaar fototoestel in de armen.

Vandaag stonden er, naast enkele vergaderingen, nog twee items in mijn agenda. Op de middag stond er een Breugeliaans buffet op het menu. Dit is duidelijk niet een normaal middagmaal. Ik passeer dan ook meermaals aan en neem telkens ook voldoende brood. Als het op eten aankomt, sta ik nog steeds vooraan in de rij. Toch laat ik mij niet verleiden om achteraf nog veel wijn en/of bier te drinken. Ik begin steeds meer te denken aan mijn volgende afspraak: de training van vanavond met de collega’s van DCLA. Normaal staat er op vrijdag een 15K gepland. Voor de zomer heb ik deze duurloop een keer meegelopen en met een gemiddelde boven de 12 km/u is dit voor mij echt wel zwaar. Dit is echt meer dan een training.

De afgelopen dagen heb ik, voor mijn gevoel, steeds goed gelopen. Ik ga er dan ook van uit dat ik vandaag mee kan volgen. Samen met Tibo en Tobi vertrekken we tijdig naar DCLA. Daar hoor ik snel dat het geen training is voor de jeugd en dus staan mijn twee zoontjes daar voor niks. Vermits we afgezet werden, kunnen we niet terug naar huis. Opeens stellen de twee tienjarigen voor om zelf terug naar huis te lopen, dan hebben ze toch ook een training gehad. En weg waren ze. Op dat ogenblik stond er niets meer in de weg en kon ik, na enkele maanden, nog eens testen of ik in de juiste groep zat. Kan ik hen goed volgen op deze vijftien kilometer?

Vandaag stelt D. voor om eens een ander parcours te lopen. Niemand is daar natuurlijk tegen en dus vertrekken we eens de andere kant op, richting Pellenberg en Korbeek-Lo. Degenen die de regio wat kennen, weten onmiddellijk dat dit een geaccidenteerd parcours is. Langs smalle wegen en nog smallere bospaadjes en veldwegeltjes lopen we een langs menig hellingen en afdalingen. Het tempo ligt niet te hoog. Op de meeste paden is het goed uitkijken waar je je voeten zet. Ik heb enkele weken geleden al twee keer mijn voet omgeslagen. Gelukkig zonder erg. Het nadeel van ’s avonds te lopen is dat het natuurlijk steeds donkerder wordt. Als je dan nog in bossen loopt, is het op sommige plaatsen echt wel donker en moet je dubbel en dik uitkijken. Bovendien is het geen zomer meer en koelt het na zonsondergang vrij fors af. Bij de start scheen nog volop de zon en was het vrij warm. Intussen is het al vrij fris.

Wanneer we terug richting atletiekstadion lopen en iedereen zijn weg zelf kan terugvinden, gaat de snelheid stelselmatig omhoog. Er komt zelfs een afscheiding in de groep. Ik loop dan toch met het kopgroepje mee. Voor mij is de omgeving en de te volgen weg naar de Gaston Roelants Arena niet echt gekend, dus ik loop in de tweede lijn. Bij elke bocht moet je dan wat inhouden en terug aansluiting vinden. Toch kan ik de koplopers net volgen en wordt het toch nog een pittige training. Ondanks de sterke afkoeling, heb ik toch genoeg zweet nodig om mijn lichaam op de juiste temperatuur te houden. Een laatste (volledige) kilometer lopen in 4’06” (=14,6km/u) is me nog niet vaak gelukt. E na een uur lopen, nog nooit denk ik.

DCLA: training met Miel

Na een zware start van de week met drie lopen, waarvan één wedstrijd of test, is het vanavond training van DCLA. Op woensdag is het een bepaald programma, opgelegd door onze trainer ‘Miel’.

We zijn allemaal grote jongens en beginnen autonoom aan onze opwarming. Met enkelen lopen we eerst heel rustig een paar rondjes over de piste. Dit is aan een echt rustig tempo om de spieren en gewrichten voor te bereiden op wat komen gaat. Iets later vertrekt de eigenlijke opwarming richting provinciaal domein. Vaak wordt er dan al relatief snel gelopen, toch zeker als je helemaal geen opwarming vooraf gedaan hebt. We, ik dus ook, zijn niet meer van de jongsten en een rustige opwarming is dan zeker aan te raden. De opwarming in groep loopt rond de grote vijver en op initiatief van iemand worden er drie korte versnellingen ingelast. Met de rondjes rond de piste inbegrepen, kom ik al aan vier kilometer opwarming. Dit moet zeker voldoende zijn. Miel kan nu uitleggen wat de training van vandaag inhoudt. Het wordt een training die hijzelf altijd graag gedaan heeft, zijnde 1′ vlot, 1′ traag, 2′ vlot, 2′ traag, 3′ vlot, 3′ traag, 4′ vlot, 3′ traag, 3′ snel, 2′ traag, 2′ snel, 1′ traag en dan nog eens 1′ snel. De training start en gelukkig is er wel iemand die de horloge goed in het oog houdt en ons tijdig doet stoppen en ook doet versnellen. Vandaag voel ik mij goed en het vlotte gedeelte gaan dan ook vlot. Bij de snelle stukken kan ik ook nog vrij goed volgen. Het doet me deugd. Enkele weken geleden vroeg ik me nog af of ik in de goede groep zit en vandaag ben ik toch wel overtuigd dat dit het geval is.

Bij de laatste versnelling, die meestal echt snel gelopen wordt, loopt er iemand naar de kop en zegt smalend: “We laten niemand ons voorbij lopen.” Dit hoor ik altijd graag, want dit motiveert me om te doen wat ze niet graag hebben. Ik blijf de eerste helft van deze versnelling braaf op de tweede lijn volgen en gebruik het laatste stuk om nog wat extra te versnellen. Houdt de rest zich in of loop ik opeens echt sneller dan de anderen? In ieder geval ik kom op kop en loop zelfs een klein beetje uit. Doel geslaagd zou ik zeggen, ook al is het nooit mijn bedoeling om te “winnen”. Het is enkel een reactie op het ene zinnetje.

Na deze versnellingen loop ik met L. nog een ronde van de grote vijver en terug naar de Gaston Roelants Arena. Hier ligt de snelheid toch ook weer boven de 12 km/u en dit keer moet ik mij niet echt forceren om te volgen. De hartslag blijft onder de 150 hs/min. Het is weer een goede training geweest. Morgen las ik toch wel een rustdag in, want vrijdag staat er weer een nieuwe training op het programma.

Na ochtendrace, uitlopen ’s middags

Je hebt zo van die dagen dat je denkt dat alles kan. Vanmorgen heb ik mijn jaarlijkse sportproef afgelegd, met niet het gewenste resultaat. Het lopen daarentegen verliep wel zoals gepland. Met een gemiddelde snelheid van 15,5km/u mag ik niet ontevreden zijn.

Omdat de sporttest in de ochtend plaatsvond, is het daarna een gewone werkdag. In plaats van me te douchen, besluit ik om tijdens de middagpauze nog wat te lopen. Spijtig genoeg zijn er geen collega’s die me kunnen vergezellen. Toch blijf ik volharden in de boosheid en ga een tweede maal op een dag lopen. Dit keer wel wat trager, maar langer dan vanmorgen. Ik vertrek rustig, maar merk toch dat het sneller is dan normaal. Ik steek het maar op de snelheid van vanmorgen waarom ik nu ook iets sneller loop. Ik ben toch alleen en kan dus mijn eigen tempo lopen zonder iemand achter te laten of zonder achter gelaten te worden. Om echt goed te zijn, is dit een echte herstelloop, enkel en alleen om de verzuring van vanmorgen tegen te gaan. Er zijn niet veel wandelaars en fietsers dit keer en daarom kan ik overal vrij vlot lopen. Langs het Dijlepad zie ik iemand voor mij uit lopen en heel langzaam lijk ik korterbij te komen. Alleen dit beeld is al genoeg om me iets sneller te doen lopen. Net als ik haar bijgehaald heb, sla ik rechtsaf en loop verder richting IMEC. Ik kijk niet eens of de weg terug beschikbaar is en loop al uit gewoonte langs de voorkant van het nieuwe torengebouw.

De rest van het parcours loop ik verder met een relatieve hoge snelheid, voor mijn doen althans. Het deed echt deugd om zo te kunnen lopen. Met kunnen bedoel ik deze snelheid aanhouden zonder op de adem te moeten trappen en niet het feit dat ik alleen heb gelopen. Zonder echt te vergelijken, heb ik de indruk dat ik intussen het niveau van voor de zomer al bereikt heb. Het komt er nu op aan om niet te overdrijven, voldoende rust in te bouwen en iets meer tijd te steken in andere vormen van sport dan lopen.

Phef 2015

Vandaag staan de jaarlijkse Phef’s (Physical Evaluations Fitness) op het programma. Deze testen worden dit jaar voor het eerst uitgevoerd, in vervanging van de gekende MTLG’s (Militaire testen voor Lichamelijke Geschiktheid. De aerobe test, zijnde 2400m lopen is niet veranderd.

core strength side bridge
core strength side bridge

De anaerobe proef daarentegen is totaal verschillend. In het verleden bestond de anaerobe proef uit een dynamische gedeelte, zijnde sit-ups en opdrukken. Dit jaar bestaat het anaeroob gedeelte uit een statisch gedeelte, meer bepaald de Left- and Right Sidebridge.

 

In de afgelopen maanden heb ik natuurlijk genoeg gelopen. Dit is nooit een effectieve training geweest voor deze test, maar het brengt natuurlijk wel de nodige conditie en efficiëntie bij om hier vlot te slagen. Voor de side bridge daarentegen, heb ik niet geoefend. In de maand mei heb ik het wel enkele keren geprobeerd en daarvan wist ik dat het niet eenvoudig is om deze houding lang genoeg te kunnen aanhouden. Bij de uitleg hoe de test zou afgenomen worden en zelfs tijdens de begeleide opwarming (ook een unicum) wordt duidelijk vermeld dat je hiervoor moet trainen. Ik besluit hieruit dat deze test NIET meet hoe fit je bent, maar enkel hoeveel je ervoor getraind hebt. Voor mij is het duidelijk: niet genoeg getraind, tenminste als je het maximum der punten als de referentie neemt!

Na deze anaerobe proef in zaal, gaan we naar buiten voor de loopproef. In het verleden werd deze proef afgenomen op de atletiekpiste van het sportkot in Heverlee. Dit jaar vindt deze proef plaats op betonbaan tussen de bomen. Eén rondje over deze omloop bedraagt 1200m, exact de halve afstand dus. Het is dus de bedoeling om deze zo snel mogelijk af te leggen. Om iedereen goed te begeleiden wordt de tussentijd na 400m individueel vermeld. Hiermee heb je onmiddellijk een idee hoe snel je vertrokken bent en kan je nog tijdig corrigeren.
Ik krijg de melding na 100m reeds dat ik te snel gestart ben. Het klopt wel, na 100m heb ik een tussentijd van 20s en dat is inderdaad een snelheid die ik niet kan volhouden. Ik houd me dus iets meer in. Op dat ogenblik heb ik niemand meer voor me en hoor ik zelfs niemand meer achter me. Daarvoor is mijn voorsprong op de tweede al iets te groot. Na 400m kom ik door op 1’28” en zelfs dat is voor mij toch wel snel. Dit is volledig te danken aan de snelle start van de eerste 100m. Bij mijn eerste passage, halfweg dus, kom ik door na 4’45”. Als ik dit tempo blijf lopen, betekent dit een eindtijd van 9’30” en dit ligt volledig in de lijn van mijn mogelijkheden. Hiermee ben ik wel tevreden, maar dat houdt wel in dat ik de huidige snelheid nog iets meer dan een kilometer moet volhouden.
De tweede ronde loopt gelijkaardig, met dat verschil dat het ook meteen de laatste is. Veel reserve moet je nu niet meer overhouden. Ik probeer de snelheid minstens zo te houden. Met een cadans van 172-175 passen per minuut zit ik zeker hoger dan normaal. Enkel mijn pas iets vergroten volstaat om de snelheid op te drijven. In de twee laatste bochten houd ik toch iets in, omdat de ondergrond vol ligt met wat zoal van bomen kan vallen: eikels, naalden, … Na twee kilometer kijk ik toch nog eens naar mijn horloge en zie een kilometertijd van 3’51”. Dat is effectief iets sneller dan de eerste kilometer. Het volstaat om dit tempo vol te houden tijdens de laatste 400m en eventueel nog wat te versnellen na de laatste bocht, wat nog lukt ook. Mijn eindtijd luidt: 9’13”. Als ik mij niet vergis is dat zelfs een halve minuut sneller dan vorig jaar.

Trainen wordt dus zeker beloond. Nu nog trainen voor de side bridges.

Movescount_logo     strava

 

 

The fun-part of my life (open to public)