Categorie archieven: Sport

Eindejaarscorrida Leuven 2016

Tweede Kerstdag staat dit jaar  in het teken van de eindejaarscorrida van DCLA. Het centrum van Leuven werd helemaal ingepalmd door lopers op verschillende wedstrijden van 1km tot en met 12km.

Na de Warmathon met zijn 28km voelde ik mij toch wel vermoeid. De pijn van de afgelopen dagen in de hamstring was wel veel minder, maar mijn benen waren allesbehalve fris. Op regelmatige tijdstippen voelde ik een lichte pijn aan mijn schenen. De dag na de Warmathon skipte ik al de wekelijkse training en zelfs in het eropvolgende weekend liep ik helemaal niets.

Maandag 26/12/2016 is het weliswaar geen werkdag, toch laat de wekker ons tijdig wakker worden. De kinderen lopen om 10u hun wedstrijd en starten hun opwarming reeds om 9.20u. De weergoden zijn ons dit jaar iets minder goed gezind, want rond 9u regent het echt wel vrij fors. Na de opwarming maken ze zich klaar voor hun wedstrijd. Tobi loopt zelfs in short en singlet; net zoals de “pro’s”.

Net voor 10u klinkt hun startschot van de wedstrijd over 4,2km en zetten er zich bijna 1500 lopers in beweging. Tibo en Tobi zijn goed weg. Als ze dit tempo volhouden eindigen ze bij de eerste 100. Ondanks de regen wordt er zeer goed gelopen. Tobi behaalt de eindstreep na 16’22, wat neer komt op een gemiddeld tempo van 3’55” min/km. Tibo eindigt een goede minuut later met een gemiddeld tempo van 4’12”. Beide eindigen duidelijk bij de eerste 100 (van 1395). Na hun wedstrijd zetten zij hun beste beentje voor de club: ze helpen waterbekertjes uitdelen aan de stand van de Watergroep.

Om 11u, 30 min voor mijn start, begin ik aan mijn opwarming. Na een kwartiertje met wat heen en weer geloop met enkele versnellingen, houd ik het voor bekeken. Een goede 10′ min voor de start heb ik mijn laatste stress-plasje gedaan en begeef ik me naar de start. Ik probeer een plaats te kiezen waar ik niet te veel gehinderd ga worden, maar waar ik ook niet te veel in de weg loop van de snellere lopers. Bij het zien van enkele snellere collega-brokkenlopers weet ik dat ik vrij goed sta. Ze mogen er aan beginnen.

Net voor 11.30u zet de meute zich reeds in beweging, tot aan de startkoord. Niet veel later hoor ik een startschot en kunnen we er aan beginnen. Ik heb nog nooit zo snel naar het station gelopen, ondanks enkele lopers die toch beter wat verder achteraan gestart zouden hebben. Na iets meer dan 500m volgt de eerste bocht en daar heb ik toch al voldoende plaats om deze vlot te kunnen nemen. Toch blijft het vrij druk in de volgende snel-op-elkaar-volgende bochten.

Na de eerste passage over het Ladeuzeplein lopen we door het stadspark. Het ligt er door de regen vrij modderig bij en hier kies ik ervoor om rechts van de bomen te lopen. Het is er vrij smal en inhalen kan hier niet. Na de bomen volgt een nieuwigheid: een extra rondje door het park en bovendien vrij zwaar. ik wist niet dat het hier zo steil klimmend is. In de Vlamingenstraat kies ik opnieuw de zijkant, dit keer om de kleine kasseien te vermijden. De parkstraat is op het einde nog niet geasfalteerd en dus hier moeten we opnieuw opletten. De Karmelietenberg naar beneden lopen doe ik bijna dagelijks, maar nooit aan deze snelheid (>18 km/u).

Vanaf nu is het vooral tempo hoog houden. Meestal loop ik zonder iemand naast me en kan dus goed mijn eigen weg kiezen. Ik blijf steeds lopers inhalen en wordt zelf niet ingehaald. Dit wil ik zo houden. Op het einde van de eerste ronde, na bijna 8K dus, krijg ik het even wat moeilijker. Net op dat moment kom ik net weer iets korter op enkele voorliggers en dit zet me aan om nog minstens even hard door te gaan.

De Bondgenotenlaan opnieuw aflopen gaat vrij goed. Net aan de bocht haal ik Stijn in en moedig hem nog aan. Zelf haal ik er extra energie uit om de laatste 3,5 km door te gaan tot het uiterste. De tweede passage over het Ladeuzeplein en vooral door het stadspark is echt wel zwaar. De laatste kilometers zullen nog afzien worden. Ik hoorde iemand tellen en zat toen op de 78ste positie. Dit wil ik niet meer verliezen. De Naamsestraat naar beneden lopen gaat echt snel. Het ommetje via het Hogeschoolplein gaat minstens even snel. Daarna wordt het afzien en besef ik amper waar ik loop. Ik kijk niet meer rond en weet enkel waar ik loop t.o.v. de finish. De laatste 800m pers ik er alles nog eens uit.

Uiteindelijk zie ik de finish (na 45’54”) en heb onmiddellijk een goed gevoel. Ik heb sneller gelopen dan ooit. Mijn snelste tijd op de 10K heb ik vandaag ook verbeterd: 38’27” (Bron: Strava)

     

 

Sequoia, met stevige versnelling

Vandaag loop ik nog maar eens de Sequoia-ronde; de volledige dit keer.

We lopen met verschillende collega’s van het werk en we houden het echt wel rustig dit keer, heel rustig zelfs. De eerste kilometers worden afgelegd onder de 10 km/u.

Na 2,5 km worden we ingehaald door Paul Verbeek. Het is alweer een tijdje geleden dat ik hem zag en dus loop ik verder met hem mee. De snelheid ligt dan natuurlijk een stuk hoger. Ondanks de hogere snelheid kunnen we toch wat bijpraten.

Na 4 km draai ik rechtsaf en schakel dan nog een versnelling hoger. Ik ga ervan uit dat de anderen een vroegere ‘afslag’ genomen hebben en dat ik hen opnieuw kan inhalen. Mijn snelheid komt dan ook boven de 15 km/u te liggen. Het duurt natuurlijk wel een tijdje eer ik ze opnieuw zie. Ze hebben toch wel die ‘afslag’ genomen?

Pas bij het verlaten van het bos, ter hoogte van residentie Groenveld zie ik ze in de verte voor me uitlopen. Op dat ogenblik versnel ik nog wat extra, ondanks de weg hier voor positieve hoogtemeters zorgt. Net aan de ingang vand e IMEC-toren haal ik ze effectief in. Met een hartslag boven de 180 hs/min wordt het tijd om opnieuw wat rustiger te lopen, opnieuw aan 10 km/u.

Voorbij de tunnel is het nog een 700m en lopen we minder traag met zelfs een vrij stevige beklimming van de Karmelietenberg.

 

    


LSD langs de Leuvense vaart

Na enkele dagen (verplichte) rust trek ik op een mistige zondagmiddag opnieuw de loopschoenen aan voor een langere duurloop. Hopelijk zonder pijn.

Reeds tijdens mijn laatste intervaltraining voelde ik een lichte pijn in mijn rechter hamstring. De dagen nadien voelde ik een toch wel verontrustende pijn. Wijselijk heb ik dan toch maar enkele dagen niets gelopen. Zaterdag, gisteren dus, was de pijn zo goed als weg en maakte ik opnieuw plannen om te gaan lopen.

Vandaag kan er opnieuw gelopen worden. Het wordt een rustige duurloop naar en langs de vaart vanuit Leuven richting Mechelen. We zien wel hoever we geraken. Allereerst moet er naar de vaart zelf gelopen worden. Het hoofddoel blijft pijnvrij te lopen en dan vooral lettend op een rustige hartslag. Met dit mistige en frisse weersomstandigheden kies ik toch voor een dun vestje boven een T-shirt en een loopshirt en mét handschoenen.

Op de weg naar Leuven kan ik mijn hartslag vrij goed onder controle houden. Deze blijft vrij nauwkeurig tussen de 132 en de 135 hs/min schommelen. Eénmaal lopend langs de vaart blijft dit de strategie. De hartslag blijft steeds maar net boven de 130 hs/min hangen. Het tempo ligt maar net boven de 5′ min/km. De vraag wordt dan eerder hoe ver ik langs de vaart blijf lopen. Na bijna 6k begon ik op het jaagpad te lopen en het einde is dit keer op het einde van de vaartkom. Als ik dus na 10k langs de vaart rechtsomkeer maak, kom ik uit op 25k. Ik voel geen pijn en besluit daar om toch nog wat verder te lopen. Zou 30k geen mooi afstand zijn?

Op 18k maak ik dan rechtsomkeer. Op dat ogenblik liep ik al een tijdje op een onverharde ondergrond tussen Tildonk en Kampenhout. Hopelijk had ik geen rugwind en moet ik met tegenwind terug lopen. Zelfs na het keerpunt blijf ik met dezelfde cijfers lopen. De snelheid ligt net boven de 12 km/u en toch blijft mijn hartslag onder de 135 hs/min.

Na enkele kilometer voel ik toch dat het moeilijker wordt om de hartslag zo laag te houden. Nochtans heb ik geen enkel probleem om de snelheid boven de 12 km/u te houden. Wat moet ik nu doen? Moet ik vertragen om de hartslag terug te laten afnemen of mag ik doorlopen aan dezelfde snelheid? Misschien is het niet verstandig, maar ik kies om het tempo onder de 5′ min/km te houden. De hartslag blijft vanaf dan steeds langzaam toenemen.

Toch maak ik mij niet ongerust. De hartslag ligt intussen boven de 140 hs/min, maar blijft steeds onder de 145 hs/min liggen. Alles onder controle dus. Ter hoogte van het einde van de vaart in Leuven kom ik net nog niet aan 30k en moet dus een klein ommetje maken om toch met een volle 30k deze mistige zondagloop af te sluiten.

De hamstringpijn blijkt opnieuw onder controle te zijn. Slechts af en toe was er nog een lichte pijn voelbaar, maar hiervoor maak ik mij toch geen zorgen meer. We zijn opnieuw aan ’t lopen en dat is het enige wat telt.

     

DCLA Intervaltraining (600-400-200)

Geen verrassing; het is woensdag en dus staat er een intervaltraining van DCLA op het programma. Er wordt verder aan de snelheid gewerkt met x600m, x400m en x200m.

Ondanks de langere duurloop van gisteren, sta ik vandaag toch aan de start van een intervaltraining met korte versnellingen. Op het programma staat onderstaand schema:
3x(600-200R) + 3x(400-200R) + 4 heuvelsprintjes + 6x(200-200R)

Het is nog steeds geen echte winter en dus ideaal loopweer. In tegenstelling met de vorige woensdagen houd ik vandaag de opwarming vrij rustig, geen PR’s dit keer. De 5K opwarming loop ik vandaag in 24 min. Met een hartslag tussen de 140 en 150 hs/min, ben ik toch voldoende opgewarmd.

Na een korte uitleg over het voorgesteld schema en het bepalen van de 800m-tempo (22″/100m in mijn geval), kunnen we er aan beginnen. Starten doen we steeds met twee rondjes op de piste met enkele déboullé’kes, korte versnellingen dus. Na deze twee rondjes hang ik alleen en ga zo de hele training verder afwerken. Gelukkig heb ik intussen al wat ervaring opgebouwd om de training tot op het einde in een juist tempo uit te voeren; als de benen én het hoofd meewillen natuurlijk.

Dit keer bestaat het eerste gedeelte uit 3x600m en 3x400m, telkens met 200m rust ertussen. Dit is telkens eentje minder dan de vorige week. De eerste 600m is al een goede waardemeter. Ik loop deze echt op gevoel met de wetenschap dat ik nog vele snelle stukken moet lopen, maar wel dat ik me niet te veel moet sparen. Resultaat: 600m in 2’13” of perfect op schema van 22″/100m. Een piek in hartslag van 173 hs/min bewijst dat ik mij niet echt gespaard heb. Nu moet ik mezelf nog bewijzen dat ik  niet te snel gestart ben en de rest van de intervaltraining volgens dit schema kan afleggen.

Na de 200m uitbollen, loop ik de tweede 600m opnieuw in 2’13”. De derde leg ik af in 2’12” met een hartslag tot 176 hs/min. Dit is dus perfect op schema. Na de volgende 200m rust, start ik met de 400m’s. Deze mogen 1″/100m sneller afgelegd worden. De eerste volle ronde doe ik het in 1’22.5″. Dit komt overeen met 20″/100m. Perfect dus. De volgende twee 400m’s worden afgelegd in respectievelijk 1’22” en 1’21”, telkens met pieken tot 180 hs/min.

Hierna volgen de vier heuvelsprintjes en ook hier spaar ik me niet direct. Ik meet geen aparte tijden maar de hartslaggrafiek bewijst dit duidelijk.

Het laatste deel van deze intervaltraining zijn de 200m sprintjes, zes keer zelfs. Deze zouden nog iets sneller dan de 400m moeten uitgevoerd worden. Belangrijk in elke intervaltraining is het volhouden tot het einde. Je moet de laatste versnelling dus minstens even snel lopen dan de vorige. De 200m tussen elke versnelling mag niet té langzaam gelopen worden. Telkens ik over de startlijn passeer druk ik op pauze en ook op de 200m lijn probeer ik dit. Hieronder vind je de behaalde resultaten.
1. 38.8″
2. 39.4″
3. 37.7″
4. 38.5″
5. 37.7″
6. 37,5″
7. 37.3″

Deze resultaten vind ikzelf meer dan voldoende. Ik kijk dan ook met tevredenheid terug op deze training.

Tijdens de training heb ik wel de pijn in mijn rechter hamstring voelen opkomen. Hopelijk is dit maar van tijdelijke aard en is deze morgen opnieuw verdwenen.

    


 

Mooie duurloop in heverleebos

Na het korte, rustige duurloopje van maandag, is het op dinsdag tijd voor een iets langer duurloopje, maar nog steeds rustig. Dus trekken we onder de E40 door richting heverleebos.

Vandaag, dinsdag, loop ik alleen tijdens mijn middagpauze. Gelukkig kan ik er vandaag een ‘extended lunchbreak’ van maken, want ik zou toch wel iets langer willen lopen, zonder de tijdsdruk. Iets over 12u vertrek ik zoals steeds via de tunnel onder de Leuvense ring richting sportkot en verder naar het kasteel van Arenberg. In plaats van verder te lopen via het Dijlepad, neem ik nu een weggetje langs de gebouwen van de KULeuven richting de Herendreef in Heverlee. Dit stuk is voor het overgrote deel stijgend waardoor het moeilijk is om hier te blijven lopen met een rustige hartslag. Toch kan ik hem in de buurt van de 140 hs/min houden.

Eénmaal voor bij de aanlopende helling, loop je langs fantastische mooie paden. De Herendreef is de eerste waar je dan overloopt en is meestal goed beloopbaar. Op het einde hiervan kom je op de Grezweg naar Vaalbeek. Dit keer draai ik iets vroeger naar rechts, naar de Nieuwendreef. Deze weg is eveneens heel goed beloopbaar en komt uit op de fameuze Poggio, het begin van de Parnassusdreef, misschien we de best beloopbare weg in dit gedeelte van het bos.

Vandaag wijk ik af van deze gekende paden en neem een smaller pad, bedekt met een pak bladeren. Dit pad is iets moeilijker beloopbaar, toch op het dalend stuk, maar het is er zo mooi!!! Zo mooi zelfs dat ik vergeet naar mijn horloge te kijken. Toch blijft mijn hartslag vlot onder de 140 hs/min. Op de Poggio is dat natuurlijk anders, daar gaat hij wel de hoogte in (> 150hs/min). Na deze zware helling verloopt het verder via de snelweg van heverleebos, de Parnassusdreef.

Aan het kruispunt met de Herendreef, d.i. na 10,5km, beslis ik om dit rondje nog eens te lopen. Het moest zo mooi maar niet zijn. Ook de tweede keer moet ik mij blijven concentreren om de juiste weg te vinden en te volgen en let daardoor niet al te veel op de hartslag. Het gevoel zegt me wel dat het rustig is. De grafieken achteraf bewijzen dit gevoel. Opnieuw gaat de hartslag de hoogte in op de helling naar de Poggio en op deze zelf, doch weer niet hoger 155 hs/min.

Intussen beginnen de kilometers wel al wat voelbaar te worden, maar ik blijf zonder problemen de snelheid aanhouden. Beter nog (of erger nog) ik ga steeds wat sneller lopen. De 15k heb ik gelopen in 76’11”, wat neerkomt op 1’11” boven het gemiddelde van 5′ min/km. Deze loop zou ik toch graag afsluiten met dit gemiddelde. Ik moet dus een tandje bijsteken om deze 71 seconden er nog af te pitsen. Bovendien wil ik ook mijn gemiddelde hartslag niet te hoog laten uitkomen. Onder de 140 hs/min uitkomen, zou echt goed zijn.

Vanaf dan wordt elke kilometer onder de 5′ min gelopen. Mede geholpen door enkele afdalingen, lukt het me zelfs om op deze snellere kilometers de hartslag onder de 140 hs/min te houden. Vanaf het kasteel Arenberg lukt het niet meer en gaat de hartslag wel wat hoger liggen. Na 18k heb ik nog 30″ goed te maken. De snelheid mag dus niet zakken. Na 19k kom ik uit op +4″. Bovendien wil ik ook niet eindigen op 20,9 maar net boven de 21,1. Op die manier is de halve marathon van december ook binnen. Net voor het sportkot te verlaten, doe ik enkele extra meters, zodat ik niet in stadscentrum verder moet lopen.

De 20e km loop ik in 4’47” waardoor ik op -9″ kom. In de tunnel verlies je ook sowieso wat tijd en dus moet ik tot op het einde boven de 12 km/u blijven lopen. De Karmelietenberg moet dus ook snel genoeg genomen worden. Uiteindelijk bereik ik na 21,22k mijn eindpunt op een tijd van 1u45’47” wat neerkomt op een gemiddelde van 4’59” min/km. Missie geslaagd. Als daarna nog blijkt dat de gemiddelde hartslag 140 hs/min bedraagt, kijk ik tevreden terug op deze mooie herfstachtige bosloop. Zo mogen er nog volgen.