Categorie archieven: Sport

Eerste werkdag, en met een loopje

Op de eerste werkdag van het kalenderjaar moet er gewerkt, gelopen en gefeest worden. Het zou slechter kunnen starten.

De eerste werkdag van het jaar valt vroeg. Op 2 januari roept de plicht al. Na een week verlof is het altijd iets moeilijker om opnieuw wat vroeger op te staan. Bovendien rijdt mijn bus zelfs niet. Gelukkig zijn er andere bussen en/of mogelijkheden om te gaan werken en geraken we tijdig op het werk.

Reeds voor het eindejaarsverlof is er afgesproken om op de eerste werkdag de loopschoenen aan te trekken en een toertje te lopen.

In de namiddag staat er reeds een receptie op het programma en daar willen we niet ontbreken. Het vertrekuur zal iets vroeger moeten liggen. Iets over half twaalf zijn we met enkele klaar om het vertrouwde rondje langs sportkot en kasteel Arenberg te lopen.

De collega-lopers hebben allemaal stiekem getraind tijdens het verlof, maar toch houden we het vrij rustig en maken we het ook niet al te ver. We kiezen ervoor om de “middelste” ronde te lopen, waardoor we zullen uitkomen op een kleine 8K. Niet slecht om het jaar te beginnen. Ik heb gisteren al vrij intensief gelopen en ben dus meer dan tevreden met deze beslissing.

Na het lopen wordt er opnieuw gewerkt tot het tijd is voor de trimestriële plechtigheid en tevens nieuwjaarsreceptie.

    


 

1 januari: nieuw jaar, dus eerste loop van het jaar

Na enkele nieuwjaarsbrieven én voor de volgende nieuwjaarsbrieven, maak ik even tijd om wat te lopen. Het stilzitten van de afgelopen dagen moet van me afgelopen worden.

Het nieuwe jaar is nog geen volledige dag oud en tussen twee familie’feesten’ in, maak ik wat tijd vrij om te gaan lopen. Het wordt een avondloop, want op deze dagen is het veel te vlug donker. Het is nog niet volledig donker wanneer ik vertrek, maar lang zal het niet meer duren. In volle ornaat en met de nodige verlichting vertrek voor een nog onbekende toer.

Zonder te overdrijven ligt de snelheid toch al snel boven de 13 km/u en zal er niet meer onder komen. Het wordt dus eerder een tempoloop dan een duurloop. Het eerste goede voornemen van het jaar ligt al aan diggelen. Ik wil mijn duurlopen trager doen.

Om geen overbelasting te veroorzaken, wil ik mijn duurlopen veel trager afleggen. Het is heel duidelijk dat de snelle duurlopen de grootste oorzaken zijn van sportblessures. Ik ken intussen mijn zwakke punten, zowel aan mijn lichaam als in mijn hoofd. Luisteren is nooit mijn sterkste kant geweest, zelfs niet naar mezelf. Toch moet ik rekening houden met mijn zwakke plekken, zijnde rechter hamstring en knieën (patellapees).

Om mijn twee snelheidstrainingen per week (interval en tempo) te kunnen uitvoeren, moeten alle andere trainingen zo weinig mogelijk belastend zijn. Langzaam lopen is en blijft dus de boodschap.

Het zal voor een andere keer zijn. Vandaag is het toch al te laat en dus doe ik er de tweede helft nog een schepje bovenop. In plaats van in te korten om tijdig terug thuis te zijn, loop ik verder en dus wat sneller. Het worden dan ook bijna 17km op dat uur en een kwart.

Het heeft toch deugd gedaan. Na de douche volgen er opnieuw bubbels en wat hapjes en het gaat me smaken!

    


 

Pingpong is toch ook sport

Vandaag heb ik mijn uren sport al gehad, maar toch komt er nog een uurtje sport bij: pingpong.

De kids vragen om met hen te gaan pingpongen en dat kan een vader toch niet weigeren, niet?

Ik voel nochtans de kilometers van daarstraks in de benen. Het pingpongen verloopt zonder stress. We tellen geen punten en dus mag er al eens gelachen worden. Bovendien wordt er niet al te intensief gespeeld.

De vloer onder de tafel is bedekt met tapijt waardoor het balletje niet omhoog botst als het naast de tafel terechtkomt. Telkens het balletje oprapen, is misschien nog het zwaarste onderdeel van dit sportuurtje.

Kortom, het is een uurtje pingpong. Ooit zullen we wel over tafeltennissen kunnen spreken.

Naar en van het werk, al lopend

Tussen Kerst en Nieuw ben ik thuis van het werk. Het is een week echt verlof. Toch is het nodig dat ik naar het werk moet en waarom niet al lopend?

Het blijft echt lang mistig vandaag en dus wacht ik tot in de namiddag om in de meest gunstige omstandigheden te vertrekken.

Dit keer loop ik niet via het provinciaal domein, maar kies ervoor om eerst de grote steenweg over te steken. De voornaamste wegen worden dan: Zavelstraat, Platte Lostraat, Jan Vranckxpad en dan verder via de Philipssite naar het centrum van Leuven.

Het is en blijft toch wel vrij koud. Bovendien wil ik het tempo hoog genoeg houden, omdat ik een telefonische afspraak heb en toch niet te laat wil komen. Onderweg krijg k nog een sms waardoor ik eigenlijk nog vlugger wil aankomen en dus lopen. Het tempo ligt al redelijk hoog en als ik veel sneller loop, ga ik te veel zweten om nog deftig te kunnen ‘werken’. Ik probeer zo rustig mogelijk het tempo van 4’40”-4’50” min/km aan te houden.

     

Eénmaal op het werk ben ik zeker niet uitgeput en kan doen waarvoor ik gekomen ben.

Gelukkig kan nog voor 16u terug huiswaarts keren. De zon heeft net plaats moeten ruimen voor de mist. Mijn kledij is nog steeds vochtig en voelt dus koud aan. Ik heb natuurlijk niet veel keuze; ik moet al lopend naar huis.

Met min of meer hetzelfde tempo loop ik min of meer dezelfde weg naar huis. Het tempo ligt vrij stabiel: 4’52”-4’55” min/km.

Op die manier heb ik vandaag, daags na een intervaltraining toch 2×8 of 16km afgelegd.

Zijn dit nu de laatste kilometers van 2016 of doe ik er nog enkele bij??

     

We houden niet op: interval

Tussen Kerst en Nieuw zijn de meeste mensen in verlof, maar de trainingen blijven doorgaan. Op deze woensdag staat er opnieuw een intervaltraining geprogrammeerd.

Na de eindejaarscorrida van DCLA wordt er maar één dagje rust ingelast. Vanavond is het weer tijd voor een intervaltraining met de brokkenlopers o.l.v. Jeroen. Na de corrida en tussen de feestmaaltijden in, mag er wel iets rustiger gelopen worden, tenminste voor zij dit dit kunnen. Het schema ziet er als volgt uit:

  1. 3 x (600-200R) – tempo 1″/100m trager dan 800m-tempo
  2. 6 x (400-200R) – 800m-tempo

Allereerst starten we met een opwarming. Omdat het toch wel vrij koud is, loop ik eerst enkele rustige rondjes op de piste. Daarna lopen we in groep het vaste opwarmingsrondje via de Kastaar. Dit is een goede 5K. In groep lopen betekent duidelijk niet dat er rustiger gelopen wordt. Ook dit keer slaag ik erin om een PR te lopen en zelfs ook een tweede en derde besttijd.

Mijn 800m-tempo bedraagt 22″ sec/100m. Volgens het schema moet ik de 3x600m afleggen in 23″/100m, wat neerkomt op 2’18” op de 600m of lopen aan 3’50” min/km. Het is moeilijk om heel exact af te drukken aan de start- en stoplijn, maar na controle achteraf blijkt toch dat deze telkens afgelegd werden in 2’19”. Ondanks de afstand telkens iets meer dan 600m blijkt te zijn, zit ik toch wel heel dicht in de buurt van de opgelegde tijd. Bovendien loop ik echt wel drie maal een exact dezelfde tijd. Ik begin het ’tempo-lopen’ echt wel te leren.

Zonder pauze schakelen we over naar de 400m. Hier mag het tempo 1″/100m sneller liggen; dit komt neer op 4×22 of 1’28” per piste-ronde. Het begint intussen ook iets drukker te worden op de piste waardoor niet altijd de ‘kortste’ weg kan gelopen worden. Opnieuw lopen we met zijn drieën en loop ik steeds buitenkant van de binnenbaan en zelfs stukken op baan 2. De rondetijden blijven heel constant: 1’28”, 1’29”, 1’29”, 1’28”, 1’29”. De laatste wordt natuurlijk ietsje sneller gelopen en leggen we af in 1’24.8″.

Hierna loop ik nog een beetje uit, maar niet al te lang. Als ik in de Elfkamper (kantine) al een recupdrankje, in de vorm van een donkere La Trappe, gedronken heb, zie ik nog steeds brokkenlopers rondjes draaien.

     


 

Warmathon

Zoals in alle Vlaamse hoofdsteden heeft ook Leuven zijn Warmathon van Studio Brussel. Op 22 december lopen er duizenden mensen voor vele goede doelen, de eigen conditie en gezondheid is hierin niet  begrepen. Niet allen ik, ook de kids (Tibo&Tobi) staan te springen om hier een langere duurloop van te maken.

Er is sowieso te weinig parkeerplaats rond dit provinciaal domein en na onze langere duurloop nog naar huis te lopen of te fietsen, is niet aangeraden. We hebben geluk: moeder, de vrouw, brengt ons en komt ons halen. Iets over vier kunnen we vertrekken richting het provinciaal domein in Kessel-Lo. In de Domeinstraat is al duidelijk dat parkeren geen zin heeft. Het is er overdruk. Bovendien is dit een straat waar bewoners de straat gebruiken als privéparkeerplaats en waardoor het verkeer helemaal in het honderd loopt.

Rond half vijf hebben wij, Tibo, Tobi en ik, ons borstnummer en kunnen we beginnen aan onze rondjes. Het is al vrij druk op de ‘baan’ maar met het rustige tempo lukt het net. Het is ongelooflijk leuk om samen met je kinderen te kunnen lopen op een dergelijk evenement. We doen onze hobby en dit voor het goede doel. De kilometers tikken vlot aan, zelfs het aantal rondjes.

Tijdens het vijfde rondje, dit is na 12km, moet ik hen bijna verplichten om het rustiger aan te doen. Bij de passage aan de start-aankomst moeten zij eerst even wat wandelen en daarna mogen ze kiezen: verder lopen, wandelen of stoppen. Ik loop intussen iets vlotter verder en zal hen wel inhalen.

Terwijl de rondjes volgen, wordt het vlot lopen steeds moeilijker. Het is nu echt wel druk. Er zijn vooral heel veel kinderen aan het lopen en deze doen er alles aan opdat je niet kan inhalen. Kinderen hebben precies een afwijking. Zij lopen niet mooi vooruit, maar lopen kriskras over de smalle weg, waardoor het inhalen nog moeilijker wordt. Ondanks mijn iets hogere snelheid dan de gemiddelde loper, kom ik T&T maar niet tegen. Waar zitten die? Zijn ze gestopt?

Na een hele tijd zie ik ze eindelijk. In plaats van te stoppen na 5 ronden, lopen ze nu samen met enkele meisjes en zijn dus niet te stoppen.

Na 10 ronden ga ik ervan uit dat zij ook gestopt zijn en ik neem de uitgang. Hier krijg je dan een herinneringsmedaille en een flesje water. Na een poosje wachten passeren de jongens en die weten van geen ophouden. “Wij doen nog een rondje!”, schreeuwen ze uit. Ik klim vlug de omheining over en doe samen met hen er nog een rondje bij. Uiteindelijk hebben zij 10 ronden afgelegd. Dit is meer dan 25 kilometer!!

Na het ophalen van de rugzak en het aankopen van houten vlammetjes, gaat het lopen naar de auto iets moeizamer. Ze zijn nu echt wel moe.

Toch blijf ik me afvragen hoe een 11-jarige 25km kan blijven lopen??