NCD Halve Marathon te Flawinne 2019

Amper vier dagen na de veldloop van DCLA staan we opnieuw aan de start van een wedstrijd. Dit keer is het opnieuw een langere afstand, namelijk 21km of een halve marathon.

Na de veldloop voelde de benen echt wel pijnlijk aan en was een herstelloop op maandag onvoldoende om alles te herstellen. Dinsdag moest er dan opnieuw rustig gelopen worden om de laatste spierpijn eruit te krijgen. Na een rustdag op woensdag, geen interval training dus, vertrok ik op donderdag 7 november naar Flawinne waar het 2 Bn Commando deze wedstrijd organiseert.

De halve marathon van 2Cdo heb ik nog al gelopen (2017 en 2018), maar dit is de eerste keer dat ik deelneem aan deze wedstrijd als Nationaal kampioenschap. Het grote verschil zit in de start. Vandaag start iedereen samen, zoals gebruikelijk bij dit soort wedstrijden. Wanneer deze halve marathon niet als kampioenschap ingericht wordt, is er een start per leeftijdscategorie waarbij de oudsten (+50) eerst vertrekken en 5 minuten later de volgende categorie.

Gelukkig starten we aan de achterkant van het paradeplein en is er al wat verdeling wanneer we op de weg komen. Toch is het de eerste minuten goed opletten. Er zijn heel wat bochten te nemen en vrij hoge borduren. Door de regen is het niet overal goed om te lopen; zelfs de weg ligt er echt wel nat bij. De tweede kilometer is nog meer dalend en door deze hogere snelheid is het nog meer opletten. Bovendien zijn we nog vroeg in de wedstrijd en het risico op een te snelle start is hier groot. Mijn hartslag ligt ruim boven de 160 bpm en vanaf nu is het dus tempolopen.

Er staat toch wel wat wind en ik heb niemand onmiddellijk voor me. Graag had ik aangesloten bij het groepje voor me. Niet veel later lukt me dat zelfs. Ik zie dat er van kop gewisseld wordt, dat zit dus goed. Het tempo ligt eigenlijk net iets te hoog, maar dit voordeel wil ik echt niet verliezen.
Enkele kilometer verder moeten er twee lossen en ik ben het niet. Met wat moeite kom ik opnieuw bij de voormalige koploper. Net op dat ogenblik doet hij teken om over te nemen. Hij beseft duidelijk niet dat ik net met de nodige inspanning die enkele meters heb moeten goedmaken. Toch neem ik over en voel opeens de felle tegenwind. Is dat nu toeval, dat ik net overneem wanneer de wind op kop staat. Op kop lopend blijf ik mijn best doen om het tempo hoog te houden, maar krijg toch de indruk dat het iets minder snel gaat. Hij neemt toch niet over dus het zal wel snel genoeg zijn.
Wanneer de wind minder nadelig blaast, neemt hij wel terug over en beginnen we aan het meer stijgend gedeelte van de wedstrijd.

Na het zwaarste gedeelte van de wedstrijd komt het moeilijkste gedeelte. Dit klinkt niet logisch, maar is spijtig genoeg wel het geval. In de laatste 6k zitten veel onverharde wegen. Deze wegen zijn door de regen omgeschapen in modderpaden en met de slicks (Nika Vaporfly) aan mijn voeten is er van lopen geen spraken meer. Het alsof je met rolschaatsen over het ijs loopt. Mijn collega (voor één dag) gaat er vandoor. hij heeft duidelijk meer grip.
Op het volgend modderstuk word ik voorbij gelopen en opnieuw is er van aanpikken geen sprake. Ik geraak op die stukken niet vooruit. Op het verhard gedeelte heb ik de indruk om iets in te lopen, maar dan komt er opnieuw een quasi onbeloopbaar stuk aan. Voorlopig hoor ik achter mij niet onmiddellijk iets, maar dat kan niet lang meer duren. Het blijft dus zo snel mogelijk lopen tot de finish.

De laatste kilometer is vooral gras en hier is het voorzichtig zijn, maar lopen lukt toch nog. Uiteindelijk kom ik als 17de (algemeen) over de finish in een tijd van 1u22. Dit levert me een vijfde plaats op bij de masters+40.

DCLA Veldloop 2019

Na een lange zomer met drie marathon (Boston, Puurs en Chicago) komt de winter eraan met wedstrijden in het veld. DCLA opent dit nieuwe veldloopseizoen.

Vorige winter was een ramp. Na de eindejaarsmarathon, Berlijn 2018 die wel een succes was, bleven de billen, hamstrings en de pezen in die buurt me parten spelen. Dankzij kiné Dennis Laerte werd een een revalidatieperiode ingelast en was ik net op niveau voor het voorjaar. Nu, na een schitterende eindejaarsmarathon, is het opnieuw opletten geblazen. In ieder geval kan ik al opwarmen zonder pijntjes te voelen en eerlijk gezegd, dat doet deugd.

Mijn laatste cross dateert van exact een jaar geleden. ondanks mijn blessure heb ik vorig jaar toch deelgenomen aan de veldloop van DCLA in 2018. Als net geen vijftiger liep ik toen nog met de Masters +35 over een afstand van 6.5km. Dit jaar krijg ik 4,2km voorgeschoteld en ben er eerlijk gezegd niet kwaad om. Ondanks mijn specifieke marathontrainingen van de afgelopen maanden wordt dit totaal iets anders. Lopen tot je niet meer kan en dat volhouden tot de finish.

Voor de start warm ik samen op met enkele collega’s van DCLA mét ervaring. Na een korte opwarming op de weg is het tijd om die spikes aan te trekken en het gevoel van die dunne schoentjes met pinnen terug te krijgen. Het is toch wel een heel andere vorm van lopen. Eerst doe ik enkele voorzichtige versnellingen in de buurt van mijn sporttas om eventueel nog wijzigingen te kunnen aanbrengen, zoals kortere of langere pinnen, veters vaster of losser, … Alles voelt goed en na een laatste stress-plasje ga ik richting start om daar nog wat verder op te warmen met nog korte versnellingen. Bovendien is er nog wat tijd om ‘oude’ bekenden tegen te komen en wat te socializen.

Perfect volgens de regels en op schema wordt de wedstrijd op gang geschoten. In tegenstelling tot de vorige jaren ben ik dit jaar iets beter weg. De ‘oudere’ masters lopen samen met de jongere scholieren en die mannen lopen niet alleen sneller, ze starten vooral ook sneller. Het is in de eerste bochten toch wel wat wringen. Na enkele bochten en smalle loopstroken loop ik opeens samen met Marc Neefs, de winnaar van vorig jaar. Dit kan alleen maar betekenen dat ik zeker snel genoeg gestart ben. Ik sta er helemaal niet bij stil of hij dan wel goed of slecht vertrokken is. In ieder geval is het nu hoog tijd om rustig te blijven want er staan nog wel wat rondjes te wachten. Elk rondje staat voor meerdere bochten, een stevige helling en zelfs enkele hindernissen in de vorm van strobalen.

In tegenstelling tot stratenlopen heb je hier helemaal geen tijd om rond te kijken. De prioriteit ligt vooral in het zoeken van de ideale lijn: zonder putten, plassen, boomstronken of andere obstakels die het lopen kunnen tegenwerken. Zelfs naar de horloge kijken, wordt al moeilijk. Gelukkig hoor ik (als ik het al hoor) het einde van elke afgelegde kilometer. Een eerste kilometer in 3’38” is voor mij echt wel snel en misschien zelfs iets té snel. De hartslag bedraagt intussen al +160 bpm. Dit is een cijfer wat ik op intervaltraining nog niet zag.

Het tweede rondje is het vooral geconcentreerd blijven en de snelheid hoog houden. De tweede km wordt afgeklokt na 3’53”. Dit is nog steeds heel behoorlijk, maar de motor draait warm, hopelijk niet te warm. Met +170bpm in koude en regen komt dit in de buurt van een overdrive. Mijn voorligger heeft intussen al wat afstand genomen en dus is het plaatsbehoud nu mijn prioriteit. Ik hoor niet onmiddellijk iemand achter mij, geen scholier en ook geen master. Pas in de derde ronde lopen we iets verder en is er een 180° bocht waardoor we een goed zicht krijgen op de anderen. Hier merk ik een relatief grote voorsprong op de achterliggers. Het plaatsbehoud moet dus mogelijk zijn. Vertragen is wel niet aan de orde. De ademhaling is de enige die versnelt. Vanaf nu concentreer ik me hierop. Rustig en zo diep mogelijk ademen wordt de hoofdopdracht.

Na vier rondjes bereik ik, toch wel uitgeput de finish. Met een opgelopen achterstand van 30″ kan ik mezelf niks verwijten en had ik zeker geen plaats kunnen opschuiven. Maar welke plaats heb ik nu? Ik heb er totaal geen zicht op. Hoeveel masters waren er nog voor me? Na aankomst hoor ik de speaker iets zeggen en dacht te horen dat mijn voorligger tweede was. Maar dit was te mooi om waar te zijn: hij was derde. Ik word hiermee vierde en val dus net naast het podium.

Uitslag M50