Nuchtere ochtendloop op snelheid

Het weekend is alweer voorbij. Mede door de langere duurloop van zaterdag was het gisteren een zondag, rustdag. Er stond dan ook een familiefeestje op het programma. Voor velen was dit duidelijk geen rustdag. Op Strava heb ik sterke tot zeer sterke prestaties gezien van enkele dorpsgenoten. Zij hebben het mooie weer van deze zondag gebruikt om er een stevige training van te maken.

Vandaag heb ik een dagje verlof; niet dat het nodig is ten gevolge van het feestje, neen, het wordt een dagje sauna vandaag. Maar vooraleer naar het saunacomplex te vertrekken, ga ik toch eerst wat kilometers hardlopen. Ik vertrek samen met de kinderen naar school, zij met de fiets, ik op mijn loopschoenen. Toch zit ik met gemengde gevoelens, maar dan in positieve zin. Enerzijds zou ik deze nuchtere ochtendloop moeten gebruiken om rustig te lopen zodat mijn lichaam leert om vet te verbranden. Bovendien heb ik morgen mijn fysische evaluatietesten. Dit zijn dus al twee redenen om het rustig aan te doen. Anderzijds heb ik er zin in en wil ik toch ook wel op snelheid trainen. Het gevoel wint van de ratio en ik loop dus toch te snel.

Wetende dat ik met een bergaf start en dat er twee fietsers me op de hielen zitten, heb ik onmiddellijk het gevoel dat de snelheid er al goed in zit. Het hierboven vermelde denkproces begint weer. Ik houd mij dus toch wat in. Ik wil er zeker geen wedstrijd van maken en het is dan toch een omloop van 11K die moet afgelegd worden. De temperatuur van 8°C is eigenlijk ideaal om wat sneller te lopen. Té warm wordt het nu niet te rap, maar toch begint het zweet me al vrij vroeg uit te breken. Dit zal hoogstwaarschijnlijk te maken hebben met het feestje van gisteren. Tenminste, dat maak ik mezelf wijs.

Ik loop de eerste kilometers dus toch met de nodige reserve. Mijn hartslagmeter heb ik niet om, dus daar kan ik niet op rekenen; mijn gevoel is dit maal de enige rem. Deze snelheid wil ik zeker aanhouden en alleen daardoor versnel ik lichtjes. Dit proces van niet willen vertragen, doet me stelselmatig versnellen. Ik kijk ook enkel bij de afloop van elke kilometer kort naar mijn horloge. Telkens zie ik een kilometertijd die begint met een 4. Ik loop dus steeds onder de 5′ min/km. Ik zie zelfs tussentijden onder de 4’50”: ik ben dus goed op dreef. Op de terugweg naar huis, de laatste drie kilometer, loop ik toch wel in het rood. Ik voel me goed en ondanks ik morgen nog een test moet lopen van 2400m, blijf ik doorgeven.

Uiteindelijk kan ik over de deze elf kilometer blijven versnellen, met een voorlaatste kilometer van 4’31” en een laatste van zelfs 4’23”. Ik weet niet dat dit me ooit al eerder gelukt is, zonder het echt als doel te hebben.

Movescount_logo     strava


 

(48 keer bezocht, waarvan 1 vandaag)

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *