Veldloop in Leuven (DCLA)

Van primeurs gesproken: mijn allereerste veldloop wordt de eerste veldloop van DCLA in de recente geschiedenis.

Vanuit de club verwachten ze natuurlijk een grote opkomst van eigen atleten. Vooral de jeugd krijgt de uitdaging om met meer dan 100 atleetjes aan de start te verschijnen. Wij zijn alvast van de partij al zal het maar met één deelnemer zijn, Tobi. Tibo ligt namelijk in het gips en is weliswaar aanwezig, maar dan enkel als toeschouwer.

Tobi loopt er al enkele dagen heel zenuwachtig bij. Hij droomt van een podiumplaats, ook al is hij daar vorig jaar, in Vlaams-Brabant niet in gelukt. Voor mij telt enkel zijn prestatie. Het hangt dan niet van hem af op welke plaats hij eindigt, als hij maar het beste van zichzelf gegeven heeft. Hij houdt zijn zenuwen amper de baas en dit uit zich in wat hij mag/moet/kan eten tot met welke lengte van spikes er gelopen wordt. Ruim op tijd zijn we aan de DCLA tent en kan hij samen met de clubgenoten aan de gezamenlijke opwarming beginnen.

De wedstrijd zelf verloopt zoals het hoort. Hij vertrekt niet té snel, ongeveer als achtste en halfweg passeert hij me als vierde. Nu is het kwestie van focussen en volhouden. Aan het keerpunt, na drie kwart wedstrijd kan hij zijn voorligger inhalen en heeft zo een podium-plaats op zak. Gelukkig kan hij dit volhouden tot aan de eindmeet. Daar worden de drie eersten als echt VIP’s begeleid naar het podium, waar ze eerst nog een flesje water krijgen vooraleer de verdiende medaille overhandigd wordt door de voorzitter van DCLA.

Een goede twee uur na de start van de miniemen staat de start van de masters geprogrammeerd. Na lange twijfel besluit ik toch maar mee te lopen. Ik heb geen enkel excuus meer om niet mee te lopen. Gisteren, daags voor de wedstrijd, ben ik nog mijn spikes (schoenen) gaan kopen bij Running Center in Leuven.  Na een deskundige uitleg en verschillende schoenen gepast te hebben, kies ik voor deze: Saucony Kilkenny.

Met enkele brokkenlopers willen we deze DCLA-veldloop niet missen. Jeroen had er zelfs al een marathon opzitten en kwam zo goed als rechtstreeks naar de veldloop. Ieder warmt op zijn manier op maar toch allemaal minstens een keer het parcours verkennend. Na mijn verkenningsrondje twijfel ik zelfs of ik wel met de nieuwe spikes ga lopen. Ondanks de regen van afgelopen nacht ligt het parcours er droog bij. Zou ik niet beter lopen in mijn trailschoenen?

Uiteindelijk laat ik mij door de ‘specialisten’ overhalen om toch met spikes te lopen. En waarom niet? Ik ben ze speciaal voor vandaag gaan kopen en moet er toch ooit eens mee lopen. Vooraleer te starten loop ik nog wat kleine rondjes over het gras en voel dat de spikes perfect aanvoelen. Het zijn natuurlijk geen dikke dempende schoenen, maar het gevoel is aangenaam. Hiermee moet het zeker lukken.

Als Master van net geen 50 jaar start ik samen met de masters van 35-50 jaar én de juniors (17-18 jaar). Mijn doel is een goede race lopen, zonder te vallen en zonder echt stil te vallen. De start is al een moeilijkheid op zich. Met de eerste starten is geen goed idee, maar helemaal achteraan starten nog minder. Het wordt dus proberen door te lopen, zonder ingesloten te zitten. Dit lukt aardig ook al moet de eerste kleine ronde enkele keren inhouden vooraleer te kunnen inhalen. Op sommige plaatsen is de doorgang niet geschikt om te passeren.

Van een plaats of rangschikking is het helemaal gissen. Geen enkel idee heb ik op welke plaats ik ergens hang. Gelukkig, hiervoor dan toch, is er een keerpunt en kan ik zien waar de snellere masters ergens lopen. Davy loopt nog steeds niet té ver voor me uit en dus ben ik zeker dat ik ook goed in het ritme zit.

De kilometertijden blijven onder de 4 minuten en hiermee ben ik echt tevreden. Bovendien kan ik nog steeds af en toe iemand inhalen en dat geeft me vertrouwen en de moed om niet te verzwakken.

Uiteindelijk kom ik een dikke halve minuut na Davy aan en maar net achter Tom (van DCLA Halen) en ben dus toch tevreden van mijn eerste veldloop. Op de uitslag is het nog wat wachten, maar met een 12de plaats van de 34 masters ben ik zeker niet ontevreden. Bovendien moet ik de specialisten gelijk geven: een veldloop doe je best met spikes. Je hebt veel meer grip, vooral in de (scherpe) bochten en op afdalingen en hellingen.

Na de wedstrijd word ik onmiddellijk opgevangen door mijn trouwste supporter. Na wat uithijgen, kunnen de tactische nabesprekingen beginnen met de collega’s.

 

 

Uitslag veldloop DCLA

Intervaltraining, start van het winterseizoen

Na de rustige week probeer ik deze week opnieuw een normaal ritme aan te nemen. Dit betekent dus ook de trainingen met de Brokkenlopers van DCLA op woensdag en vrijdag en een langere duurloop in het weekend.

De week begint al met een rustdag, na de langere duurloop van zondag die nog steeds niet verliep zoals ik zou willen. Op dinsdag trek ik me wel weer op gang al is het niet met veel enthousiasme. Toch maak ik er geen rustig middagloopje van, maar leg er een stevig tempo op. De eerste kilometers lijken langzamer, maar dat zal wel aan de GPS liggen, denk ik. De hartslag neemt gestadig toe en na iets meer dan 2K bereik ik al de 170 hs/min. Veel te hoog. Dit is helemaal geen wedstrijdtempo en toch deze hartslag. Te weinig slaap is duidelijk nefast voor een goede hartslag. Of zijn er nog andere redenen?

Tempo op dinsdag:   

Opnieuw een slechte planning. Wie doet er nu tempowerk daags voor een intervaltraining? Ik zou toch eens een schema moeten maken en volgen. Hopelijk heb ik er woensdagavond niet te veel last van en kan ik de intervaltraining goed afwerken.

Woensdagmiddag krijgen we van Jeroen, onze coach, het schema van de training doorgestuurd:

Intervaltraining 25 oktober

Door Jeroen

Deze keer gaan we na de opwarming (2 zeshonderdjes) heuvelsprintjes afwisselen met omgekeerde piramides. Omgekeerde piramides wil zeggen van snel/kort naar traag/lang en terug.

  1. 2x(600-200R) (aan 800m-tempo)
  2. 4 heuvelsprintjes
  3. (300-100R-400-200R-600-200R-400-200R-300-500R)
  4. 4 heuvelsprintjes
  5. (300-100R-400-200R-600-200R-400-200R-300-500R)
    300 en 400 aan 1 à 2″ sneller dan 800m-tempo en 600 aan 800m-tempo

Dit is niet alleen een iets moeilijker te onthouden schema; dit is echt wel een stevige training waar de verzuring de grote uitdager wordt. Maar is dat niet net de bedoeling van een intervaltraining?
De opwarming loop ik samen met Kevin en zonder te forceren loop ik hierdoor toch wel iets sneller dan normaal. De uitleg voor de training vraagt ook iets meer tijd waardoor ik toch voldoende kan recupereren, hoop ik. Na twee rondjes met wat ‘steigerungen’ beginnen we aan ons echt schema, met 2x600m aan 800m-tempo. Voor mij zou dit neer komen op 21″/100m of 3’30″min/km. Het lukt me wel, maar mijn hart moet er wel 170x/min voor kloppen; de tweede 600m zelfs nog iets sneller.

Na 4 keer de heuveltjes op te lopen beginnen we aan de eerste sessie van 300-400-600-400-300. Dit keer neemt Davy de kop en lopen we effectief nog iets sneller. De verzuring zet zich verder door. Ik loop eigenlijk iets te snel ondanks ik hem niet meer op de voet volg. Na de volledige sessie heb ik een achterstand van een goed 50m. De tweede keer loop ik waarschijnlijk iets trager de heuveltjes op, mede veroorzaakt door de drukte hier.

De tweede sessie intervallen wordt een lijdensweg. Ik begin hieraan met Davy een eindje voor me uit. Op die manier weet ik dat ik nog steeds ‘goed’ bezig ben. Ik moet niet al te veel prijs geven op hem. Mijn horloge bevestigt mijn snelheid. Deze ligt nu wel effectief lager dan ervoor. Bij de 300m en 400m haal ik nog 21″/100m, mar bij de 600m is het al 21,5. Met nog amper 700m snel te lopen, probeer ik de snelheid bij elke start opnieuw op te bouwen. Toch heb ik voor de laatste 300m nog steeds 1’01″nodig.

Dit is zonder enige twijfel een zware training. Deels heb ik dit aan mezelf te wijten door van bij de start op de limiet te lopen en zo de verzuring al snel op te wekken. Toch is dit (korte intervallen) een training die ik vaker moet doen.

 

 

 

 

Intervaltraining:   

 

Rustige week, van moeten?

Van een rustige week gesproken. Ook al voel ik links en rechts wel iets, toch is het niet echt uit schrik van een blessure dat ik minder loop.

Midden deze week stond er een halve marathon op het programma en hierdoor moest ik dus passen voor mijn midweekse intervaltraining. Hiervoor had ik twee dagen rust genomen, ook al omdat mijn benen niet echt fris aanvoelden. Op woensdag voelden ze wel normaal aan waardoor de halve marathon wel liep zoals gepland, met een PR tot gevolg. Na de marathon maakte ik de fout door geen cooling down te doen en de benen hadden het echt wel nodig.

Daags nadien voelden de benen wel opnieuw ok, maar voel ik toch enkele kleine pijntjes. Voorlopig zeker niets om mij zorgen over te maken. Op vrijdagavond moest ik opnieuw passen voor de training wegens oudercontact in de school van de kids. Overdag lopen op het werk lukte ook al niet. Zaterdag zou een oplossing geweest zijn, ware het niet dat het gezinsleven mij dit verhinderde.

Gelukkig lukte het zondag wel. Op zondag, net na de middag, kon ik wel tijd vrijmaken om mijn duurloop af te werken. De pijntjes waarvan sprake waren voor de start nog wel voelbaar, maar tijdens het lopen verdwenen ze als sneeuw voor de zon. Het goede weer van de afgelopen weken is enkel nog een herinnering, maar toch komt de zon nog steeds vanachter de wolken. Het probleem van de kledijkeuze begint dus ook weer. Ik vertrek toch met korte short, maar met twee T-shirts: eentje met korte en daarboven eentje met lange mouwen.

Het eerste deel voel ik weinig wind, maar zie aan het gras en de bomen dat deze toch aanwezig is, maar van rechts in mijn rug blaast. Door de zon en door de afwezigheid van luchtkoeling lijkt het alsof het zomer is. Toch houd ik mijn dubbele t-shirt aan. Niet veel verder draai ik in de tegenovergestelde richting en zal ik deze waarschijnlijk nodig hebben.

Na 7k draai ik links en loop vanaf hier een 10-tal km in westelijke richting, recht tegen de wind in. En of ik het verschil voel. Het zijn niet alleen de lichte hellingen die me doen vertragen. De zon houdt me hier niet voldoende opgewarmd en dus moet mijn lichaam voor extra warmte zorgen. Het tempo houden is alles wat ik nu nog doe. De hartslag blijft dan niet meer onder de 140 hs/min.

Na 17k wordt het zelfs niet meer evident om deze onder de 150 hs/min te houden. Het wordt dus toch meer dan een rustig duurloopje. Toch gaat de hartslag minder de hoogte in dan vorige week. Er is dan toch wel een verbetering merkbaar. Vorige week had ik waarschijnlijk wel veel te weinig gegeten om 22K te lopen. Vandaag maar een beetje te weinig.

Toch wil ik deze duurlopen in het weekend blijven doen, maar dan liefst met een lagere hartslag, zonder in snelheid te moeten toegeven. Er moet nog veel aan de basis gewerkt worden, dat is zeker.

Duurloop vandaag (22/10):   

zelfde duurloop op 15/10:   

 

Halve marathon in Flawinne

De marathon van Eindhoven is amper verteerd of er staat opnieuw een lange-afstand-wedstrijd op het programma. Niet echt een goed idee, maar wat doe je eraan?

Daags na de marathon voelde ik me verrassend goed, geen echte stijve spieren of andere vermoeidheidssymptomen. Op woensdag deed ik toch maar geen training, maar liep toch de opwarming mee. Hier voelde ik toch dat de spieren de 42km nog niet helemaal verteerd hebben. Op vrijdag liep ik wel de zomertoer met de Brokkenlopers mee, maar nog steeds voelde het zwaarder aan dan verwacht. Onverwacht verbeterde ik wel mijn besttijd op deze omloop.

Het komt er dus op aan om niet te snel volop te trainen. Desalniettemin kies ik voor een rustige duurloop op zondag op een bijna nuchtere maag en daags na een trouwfeest. Opnieuw voelt het zwaar aan en vrees ik dat ik het langer rustig aan moet doen. Maar woensdag staat er een halve marathon op mijn programma!! Het enige wat ik nu kan doen is twee dagen NIET lopen. Deze twee dagen blijven de onderbenen steeds zwaar aanvoelen.

Gelukkig is het woensdag beter. De benen voelen opnieuw normaal aan en hopelijk blijft dit zo. Eerst met de fiets naar het werk en daarna met de auto richting Namen, meerbepaald Flawinne. Het weer is gewoon schitterend. Er staat een mooie zon, er is geen wind en toch is het niet te warm. Tijdens de opwarming blijven de spieren gewoon aanvoelen, maar toch voel ik geen supervorm. De hartslag is echt wel hoger dan normaal.

De wedstrijd verloopt met leeftijdshandicap. De 50-plussers vertrekken om 10u en telkens 5 minuten later vertrekt de leeftijdscategorie. Op die manier vertrekken er een vijftigtal personen 5 minuten voor me. Het voordeel is dat gedurende de volledige wedstrijd mensen voor je ziet en kan inhalen. Om 10u05 is het aan de tweede groep. Ik heb geen idee met hoeveel we zijn en onmiddellijk na de start hang ik derde en heb geen behoefte om achterom te kijken. Ik concentreer me op mijn twee voorliggers. Na iets meer dan een kilometer gaat het bergaf en moet ik de twee eerste wat laten gaan. Juist op dat moment word ik gehinderd door een vrachtwagen en heb daardoor vrij snel een achterstand van een 50m.

Gedurende de volgende kilometers kan ik de achterstand niets verkleinen, integendeel. De vogels zijn gaan vliegen. Intussen haal ik heel regelmatig iemand in. De meeste haal ik zelfs in voor halfweg! De tweede helft is nog zwaarder. En net over de helft zie ik de twee eerste nog steeds voor me uitlopen. Na de lange helling (van 13 tot 15km) kom ik toch korter op één van de twee koplopers. De afstand met de tweede neemt opeens snel af. Tweede worden zit er dus zeker in, want ondanks de hoge hartslag en zware hellingen, kan ik mijn tempo nog redelijk terugvinden. Toch kom ik geen meter korter op de koploper van mijn leeftijdscategorie en ook haal ik bijna niemand meer in van de ‘ouderen’. Bovendien word ik zelf ook niet ingehaald door jongere lopers die na mij gestart zijn! Dit was vorig jaar nog wel het geval.

De laatste vijf kilometer loop ik dan ook zonder iemand echt in het zicht te hebben. De laaghangende zon maakt het soms moeilijk om vooruit te kijken. De ondergrond is hier net onverhard, maar wel met vrij veel stenen. Het is dus van belang om de ogen net voor je te richten en af en toe op te kijken om de bochten wat in te schatten. Het wordt steeds moeilijker om het tempo hoog te houden en de heel korte, maar steile stukken, zoals ter hoogte van het kasteel van Flawinne, maken het echt zwaar. Telkens is het alsof je aan de grond genageld wordt en je maar moeilijk kan loskomen. Om dan het ritme terug te vinden, is het echt op de adem trappen.

De leider van mijn categorie zie ik in de laatste kilometer nog (in de verte) voor me uitlopen en moet dus tevreden zijn met een tweede plaats. Ik loop als vijfde over de meet en heb dus amper drie lopers van de eerste groep niet ingehaald.

Als je alle categorieën in één uitslag giet, word ik 10e (van de 300). Ik passeer de finish na 1u23’50”. Indien de afstand correct is, loop ik dus een halve marathon, met meer dan 200 hoogtemeters in minder dan 4’00min/km. Opnieuw een doen bereikt. Vermits mijn horloge nog geen 21,1km aanduidde, heb ik nog eventjes doorgelopen en kan minder dan een minuut later toch afduwen.

  

Uitslag op RIS-timing

Marathon Eindhoven 2017 in 2u56’31”

De derde marathon dit jaar had maar één doel: eindigen binnen de 3 uur. Na een maandenlange voorbereiding moest en zou het lukken, maar elke wedstrijd moet gelopen worden.

De trainingen van afgelopen maanden verliepen min of meer zoals het hoorde. Sommige weken wou ik meer doen, maar door te luisteren naar mijn lichaam, lukte dat niet altijd. Toch kwam ik meerdere weken aan meer dan 100km. Voor mijn leeftijd en met mijn niveau mag ik dat zeker niet minimaliseren en tevreden zijn dat ik dat nog kan. Bovendien is er ook een leven naast het lopen. Zowel mijn vrouw als mijn kinderen hebben niet steeds op mij kunnen rekenen, ondanks ik me zo soepel mogelijk probeerde op te stellen. Een marathonloper moet af en toe egocentrisch denken om zijn doel hoger te leggen en toch te bereiken. Na de marathon van Parijs (3u01’47”) in april en de Great Breweries Marathon (3u04’49”) in juni, kom ik nu volmondig uit voor mijn doel: Sub 3Hr. Nu moet het me lukken om onder die symbolische, maar ook fysische, grens van de 3 uur te blijven.

Stress kwam er dit keer niet aan te pas. Ik was er zelf ook van overtuigd dat het moest lukken. De conditie toonde het aan en de inspanningsproef van afgelopen maandag bewees het zwart op wit. Natuurlijk moet elke wedstrijd gelopen worden, maar die regendruppels zouden me toch niet kunnen tegenhouden. Een opdracht voor het werk in Luxemburg paste niet echt in mijn schema, maar zou me ook niet benadelen. Het was een taperweek en een kort duurloopje op donderdag zou wel lukken. De restaurantbezoekjes waren niet overdreven en ook tijdens het taperen mag een mens toch eten, niet?

Terug op mijn werk, vrijdag namiddag, voel ik me ziek worden. De kids hadden het al zitten in begin van de week en  ik zou het toch ook niet krijgen. Nu toch niet!! Later op de avond werd het alleen maar slechter. Op tijd naar bed en een goede nachtrust zou hopelijk de genezing betekenen. Zaterdag is niets beter, integendeel. Ik vergeet al snel het kort loopje de dag voordien. Gelukkig kan ik nog wel iets eten en vooral het drinken van mijn carboloader en isotone sportdrank lukt zonder probleem. De laatste nacht slaap ik vrij goed, maar net voor drie uur word ik wakker en kan moeilijk opnieuw de slaap vatten en sta op om 5u20. Een rusthartslag van 51 ligt ver boven het normale en betekent dus niet veel goeds. Toch bijt ik door en ga ervoor. Vlug wat boterhammen smeren, de kids wakker maken en stipt om 6u vertrekken we richting Eindhoven. Gelukkig neemt mijn vrouw het stuur en kan ik als passagier nog wat rusten. Zonder veel verkeer komen we al voor half acht aan in het Beursgebouw voor het afhalen van het nummer en het afgeven van de eigen bevoorrading. Het omkleden zelf doe ik in het Belgian House. Stilaan voel ik me beter en maak me klaar in alle kalmte in in de beste omstandigheden.

Een half uur voor het startuur gaan we richting Mathildelaan en loop ik wat heen en weer als opwarming. Slechts een tiental minuten voor de eigenlijke start, zet ik mij in startvak B, net achter de elitelopers en andere toppers. Stipt om 10u klinkt het startschot en kunnen we eraan beginnen. De eerste kilometers niet te snel starten is de boodschap, maar toch lees ik na 1km 3’59”. De volgende kilometers verlopen wel korter bij mijn vooropgestelde tempo, zijnde 4’07”. Het gevoel is goed en ik heb de indruk dat dit niet te snel is. Na enkele kilometer zit ik in een gezellig groepje en hier hoop ik in te blijven. Na 13km gaat de snelheid iets omhoog en blijf ik mijn snelheid lopen. Mijn eerste persoonlijke bevoorrading staat op 15km en intussen heb ik gezien dat de even nummers rechts van de weg staat, maar ik vind mijn flesje niet. Even stoppen en toch ook maar aan de andere kant van de weg kijken, maar ook niets; mijn flesje is hier niet te vinden. Gelukkig heb ik mijn gellekes hier niet aan bevestigd en kan ik gebruik maken van de bekertjes AA en water. Mijn tempo blijft echt stabiel. Nog nooit heb ik zo lang, zo perfect mijn tempo gehouden. Halfweg kom ik door in 1u27’. Zelfs met een positieve split kom ik onder mijn beoogde doel terecht. Geen stress, want ik voel me nog uitstekend.

Zonder veel nadenken passeer ik de muur van de 30km. Nu begint de marathon pas echt. Mijn langste duurlopen bedroegen dan ook maar 32km. Er is geen reden tot paniek en ik voel me nog steeds uitstekend. Bij mijn vorige marathons begonnen nu de krampperikelen en voorlopig voel ik er niets van. Toch zakt mijn tempo lichtjes richting 4’14”. Van 36 tot 38km loop ik echt langzamer, maar besef nog steeds niet waarom. Is het omdat ik op 35km wel mijn flesje vond en te veel gedronken heb? Ondanks mijn eigen bevoorrading komen de krampen toch roet in het eten gooien. Ik kan niet meer versnellen en voel dat mijn voeten onvoldoende bloeddoorstroming krijgen. Schoenen te vast? Mijn tenen wat op en neer bewegen gaat niet meer, want dat veroorzaakt nog meer pijn in mijn kuiten. Gewoon verder lopen zoals ik bezig ben, is het enige wat ik nog doen. Gelukkig herstelt het tempo zich naar 4’13”. Gelukkig blijven de krampen uit en loop ik met de glimlach de laatste kilometer in 4’12” en naar de finish onder de drie uur. Missie geslaagd: 2u56’31” is mijn huidige PR op deze afstand!!

Tijdens de terugrit begin ik mij opnieuw minder goed te voelen en het duurt tot maandag avond eer ik me niet meer ziek voel. Is het door de adrenaline dat ik me een uur voor de start toch vrij goed voelde? Kan dat? Bovendien ben ik blij dat ik dag nadien nergens spierpijn voelde of zou ik toch nog beter kunnen en heb ik daardoor geen stijve spieren??

Enkele collega-Brokkenlopers tekenden ook present en sommige liepen een indrukwekkende PR. Lees het verslag van Kevin (2u37’06”), Davy (2u41’23”) en Dirk (3u24’57”) op onze blog.

Enkele dagen na de marathon heeft de organisatie een digitaal magazine over deze wedstrijd gepubliceerd. Op bladzijde 2 zie een foto van bij de start, waar ik vrij goed zichtbaar ben, grappig zelfs.