Vorige week was ik op woensdag te laat en kon dus niet meetrainen met de recreanten van DCLA. Vandaag ben ik erop voorbereid en zal dus zeker op tijd zijn. Ik sta dan ook al van voor 18u in de Elfkamper uit te kijken naar de personen die ik nog ken van afgelopen vrijdag. Van hen hoor ik dat er op woensdag meestal een training op de kalender staat en dat er op vrijdag gewoon een toer gelopen wordt. Het wordt dus vandaag mijn eerste, echte training. Op het programma staat een intervaltraining. Miel, onze jogbegeleider, stelt het scenario vast en begeleidt ons ter plaatse.
We starten met een opwarming van om en bij de drie kilometer. het eerste gedeelte van de training bestaat uit 1′ snel, 1′ traag, 2′ snel, 2′ traag en aansluitend 3′ snel en 3′ traag. Deze laatste drie minuten zijn sneller voorbij dan gedacht. Nu lopen we 1500m aan een redelijk hoge snelheid, ‘rollen’ genoemd. Bij deze 1500m probeer ik gewoon aan te klampen en dat lukt toch vrij redelijk. De snelheid schommelt tussen de 13 en de 14 km/u. Mijn hartslag blijft toch onder de 170 hs/min, dus dat valt nog wel mee. Na deze 1500 werken we opnieuw hetzelfde scenario af als voordien, zijnde telkens 1, 2 en 3 minuten snel-traag. De laatste drie minuten gaan toch wel echt snel. Iedereen weet dat dit de laatste opdracht is en loopt dan ook zo. Mijn snelheid ligt dan ook rond de 16km/u!! Mijn hartslag bereikt dan ook zijn bovengrens. Toch ben ik al blij dat ik niet te veel moest lossen. Toch zie ik meerdere lopers voor mij uit lopen. En neen, deze zijn niet jonger !
Afgelopen vrijdag trainde ik de eerste keer met een joggersgroep van DCLA. De voorziene snelheid van 11 à 11,5 km/u werd weliswaar in het begin gelopen, maar tegen het einde toch wel ver overschreden. Ik was redelijk moe na aankomst en nog te laat. De training van de kinderen was al afgelopen en gelukkig werden door een andere ouder opgevangen. Na wat uithijgen voelde ik me toch al wat beter. Toch kon ik, o.a. door de pijn in mijn bovenbenen, niet vlot naar de auto lopen. De pijn blijft me toch nog parten spelen.
De dag nadien had ik toch wel tot de middag nodig om de meeste sporen (stijve spieren) uit te wissen. Zondag zou ik toch opnieuw willen lopen.
Zo gezegd, zo gedaan, ook al zit de honger naar hardlopen er vandaag niet in. Iets over 11u vertrek ik dan toch maar voor een gekend rondje via de Finse piste en het provinciaal domein, goed voor elf kilometer. Opwarmen is duidelijk vereist. De eerste kilometer gaan , zelfs met wat bergaf, allesbehalve vlot. De benen zijn vrij zwaar en de motivatie zit diep. De snelheid schommelt dan ook rond de 11km/u. Dat is duidelijk mijn trainingssnelheid. Sneller lopen vraagt dus extra inspanning met bijhorende hogere hartslag. Moet ik dan bij DCLA kiezen voor een tragere groep? Woensdag, als ik überhaupt ga lopen, moet ik mij toch maar eens goed inlichten of de groep waarmee ik vrijdag liep, altijd zo versneld tijdens het tweede gedeelte van hun 15-km lange toer. Als ik dus wat rustig wil lopen of joggen, zal ik dus een trager groepje moeten kiezen.
Na 2,4 km hoor ik opeens een geluidje van mijn horloge. Hetzelfde geluid had ik vrijdag ook al eens gehoord, maar daarna niets speciaals opgemerkt. Vandaag had ik wel tijd om de bijhorende mededeling te lezen: batterij opladen. En onmiddellijk stopte de registratie van hartslag en snelheid. Het is wel degelijk de batterij van de horloge zelf die op 0% staat. Bij het vorig model gebeurde de uitlezing enkel bekabeld via USB. Tijdens de synchronisatie laadde de batterij van het horloge verder op. Dankzij de bluetooth-technologie gebeurt de synchronisatie nu snel en draadloos via de smartphone, maar hierdoor wordt natuurlijk de batterij niet van extra ‘jus’ voorzien. Het is inderdaad al een heel tijdje geleden wanneer ik deze horloge nog opgeladen heb. De routine van dagelijks lopen is er min of meer uit; het tijdig controleren en opladen van de batterij is dat duidelijk ook.
De motivatie zat al ver weg voor ik vertrok. Door dit voorval zit deze nog iets dieper. Het is op dergelijke momenten dat je beseft hoe verslavend het is om achteraf je inspanning te bestuderen en om deze te kunnen delen op enkele sociale media. Voorlopig blijft dit wel nog beperkt tot Strava. Toch vind ik de moed om mijn geplande toer verder af te leggen. Toch blijft het door mijn hoofd spelen om de kortste weg naar huis op te zoeken. Toch wint het sportieve vandaag. Ik blijf mijn parcours mooi afleggen. Ondanks de wind in het nadeel, blijf ik het tempo vrij hoog houden en leg ik de elf kilometer af in minder dan een uur. Ik mag dus niet ontevreden zijn.
Bovendien heb ik vandaag toch al heel wat minder pijn aan mijn bovenbeen. Anderzijds voel ik nu opkomende pijn aan de patella en dit in beide benen. Als dat maar niet erger wordt!!
Eindelijk komt het er eens van.
Al vrij lang heb ik weet van de joggers van DCLA. Deze atletiekclub heeft onder zijn meer dan duizend leden ook een joggers afdeling. Deze recreanten trainen dus niet op de atletiekpiste of andere disciplines van atletiek, maar lopen in groep in de omgeving van Kessel-Lo. Er zijn verschillende groepen, gaande van zij die ongeveer 9 km/u lopen tot zij die 12 km/u of sneller lopen. Deze laatste groep is eigenlijk iets te snel voor mij, al zou ik maar al te graag anders zien. De verschillende groepen verzamelen op dezelfde plaats en hetzelfde moment. Ik vraag dus aan Marc, de jogging coach, welke groep voor mij geschikt is. Op vrijdag zijn er ook enkele die in Heverlee gaan lopen, waardoor er wat minder joggers in Kessel-Lo zijn.
De kinderen zijn met hun training begonnen en het is te koud om in loopkledij naar hen te blijven kijken, dus er zit niets anders op om mij aan te sluiten bij een groep. Ik sluit mij aan bij een groep die 15km gaat lopen en zegt aan een snelheid te lopen van 11 à 11,5 km/u.
Het vooropgestelde tempo zat er al vrij snel in. Voor mij is dit duidelijk al een stevig tempo. Om aan deze snelheid te lopen, zou ik mij zelfs best eerst opwarmen. “Gelukkig” moest er iemand aan de kant voor een sanitaire stop, zodat de snelheid iets lager lag. Niet veel later sloot de ‘plasser’ terug aan en kon het tempo terug omhoog. Ook al zou ik het anders willen, deze snelheid is toch al vrij hoog op training. Ik volg goed, blijf praten en probeer wat kennis te maken met de andere lopers. Er zijn onmiddellijk wat overeenkomsten zoals school e.d. zodat een conversatie vlot verloopt. Ondanks de conversatie blijf ik toch wel de pijn in mijn bovenbeen voelen. Gelukkig wordt deze pijn niet erger en kan ik mij blijven focussen op het lopen. Het parcours is voor mij onbekend en de snelheid gaat stilaan de hoogte in. Bovendien begint het ook feller te regenen. Tijd om koud te hebben, krijg ik niet, want het is echt wel doorbijten om het tempo te blijven volhouden. De laatste kilometers lopen we eerder 13km/u dan 12 km/u of zelfs 11,5 km/u. De hartslag blijft ook steeds maar versnellen.
Na iets meer dan een 1u15min zijn we terug aan De Elfkamper en kan ik de kinderen oppikken, want hun training zit er intussen ook al op.
Tevreden, maar moe, keer ik terug huiswaarts. Met wie loop ik volgende keer mee? Was dit hun normale tempo, of liepen ze effectief allemaal wat sneller dan anders?
Vandaag blijf ik die (lichte) pijn voelen in mijn rechter dijbeen. Sinds ik dinsdag de afspraak gemaakt heb in de GRIT sports clinic, probeer ik mij te concentreren over de exacte locatie van de pijn. Het zal sowieso moeilijk worden om precies te beschrijven wat ik voel, waar en wanneer. Tijdens de middag loop ik toch nog maar eens hetzelfde parcours en dan probeer ik te achterhalen welke pijn ik waar voel. Bovendien probeer ik eveneens te onthouden hoe de pijn zich laat voelen de rest van de dag én morgen.
Eerst moet er gelopen worden natuurlijk. De pijn blijft toch steeds aanwezig. Voor het lopen voel ik de pijn aan de voorkant van mijn dijbeen. Gisteren was het eerder aan de binnenkant. De eerste meters zijn echt niet om aan te zien. Ik ben net een 80-jarige die voor de eerste keer gaat lopen. Nadat de spieren wat opgewarmd zijn, gaat het ietsjes beter, maar de pijn blijft toch voelbaar. Een kilometer verder concentreer ik mij alsmaar meer op mijn lopen en mijn ademhaling, waardoor de pijn niet meer mijn eerste bekommernis is. Tijdens het lopen trekt de pijn zich helemaal rond het been. Dan is er precies een band in het midden van het bovenbeen waar de pin voelbaar is.
We lopen met vier en het tempo ligt niet te hoog. We lopen vrij constant aan 10,5 km/u. De hartslag ken ik niet, maar ik voel mij goed en er breekt nog geen zweet uit. Tijdens de tweede helft gaat de snelheid toch iets de hoogte in (11 à 11,5 km/u) en krijg ik het ook iets warmer. Op de Karmelietenberg lopen we relatief sportief naar boven en zodoende halen we toch een gemiddeld tempo van 5’32” min/km.
Het dijbeen blijft me parten spelen. Hoe graag ik ook loop en hoe vaak ik het, voor enkele weken, ook deed, de laatste weken loop ik echt veel te weinig. Steeds, ook in rust, voel ik een lichte pijn in mijn rechter dijbeen. Ik wil zeker geen doktertje spelen, maar toch schuim ik het internet af naar mogelijk oorzaken en/of oplossingen.
Uiteindelijk heb ik toch maar beslist om een specialist te raadplegen. Tijdens de parcoursverkenningen van de Linden Bosloop hoorde ik spreken over GRIT sports clinic. Vanmorgen vulde ik het contactformulier in en rond negen uur kreeg ik al een mail met de vastgelegde afspraak. Ik moet nog wel tot volgende week wachten eer ik bij Dr. Parys mag passeren, maar toch ben ik al blij met deze afspraak. Hopelijk is het niet ernstig en kan hij mij op korte termijn van de pijn verhelpen. Een man met zijn ervaring moet daar toch in slagen!
Met een optimistisch vooruitzicht om van de pijn verlost te raken, ga ik vandaag toch nog eens wat lopen. Ik ben duidelijk niet alleen met dit idee. Bij het begin van de lunchpauze staan we met zijn vijven klaar voor de alom vertrouwde Sequoia-toer. Na het vertrek missen we zelfs nog eentje en dus keer ik vlug terug. Eénmaal terug met zijn tweeën lopen we een rustig maar vlot tempo en sluiten na iets meer dan twee kilometer terug bij de anderen aan. Daarna lopen we samen aan een rustiger tempo (6 min/km) en met een hartslag zoals elk LSD zou moeten zijn. Enkele kilometers verder gaat het voor Luc iets te traag en loop ik met hem iets sneller. De snelheid gaat zelfs vrij fors de hoogte in en tot aan de helling van de Karmelietenberg lopen we zij aan zij. Deze korte maar steile helling is er voor velen te veel aan. Zonder echt te forceren, loop ik hem ditmaal op minder dan 30 seconden op.
Het is al van zondag (Linden Bosloop) geleden dat ik nog gelopen heb. Na enkele dagen rust omwille van blijvende pijn in mijn rechter dijbeen, probeer ik vandaag toch nog eens te lopen.
De afgelopen dagen is er op puur sportief vlak dus niet veel gebeurd, althans niet voor mij. Het tegenovergestelde is waar voor mijn zoontjes. Zij hebben maandag beslist om niet langer te voetballen, maar over te schakelen naar atletiek. Vanaf vrijdag zullen zij dus twee keer per week gaan trainen bij DCLA. Niet alleen ligt deze atletiekclub vlakbij; het is dan nog eens een zeer goede club ook.
Vandaag hoop ik pijnvrij te lopen en bovendien pijnvrij te blijven de komende dagen. Spijtig genoeg was ik alleen en heb dus niemand om me in te tomen. Vaak loop ik te snel als ik alleen ben. Ik start alvast redelijk rustig en voel niets. Vanaf kilometer twee hoer ik wat stemmen achter mij die steeds iets dichter komen. Hierdoor ga ik automatisch iets sneller lopen om ze niet te laten passeren. Iets verder beslis ik toch om terug wat rustiger te lopen, want ik wil nu ook niets forceren. Dit zou een test- of herstelloop moeten blijven. Het onheil is al geschied; het tempo is de hoogte in gegaan. Nadat onze wegen scheiden, blijf ik dit tempo min of meer aanhouden. Mijn hartslag schommelt steeds rond de 160 hs/min en de snelheid blijft iets boven de 12 km/u.
Uiteindelijk doe ik deze gekende toer op 43 min met een gemiddeld tempo van 4’52 min/km. Er moet duidelijk nog aan de basis gewerkt worden, want aan deze snelheid lopen zou toch onder de 150 hs/min moeten kunnen. Of is dit te ver gegrepen?