Er wordt wel vaker gezegd dat sporter af en toe moet rusten. De meeste schema’s zijn opgebouwd naar een wedstrijd toe, maar weinig schema’s hebben het over de rustperiode. Is het voldoende om het weekvolume te verminderen, is het voldoende om het aantal intensieve trainingen in te perken?
Na de marathon van afgelopen weekend en dit slechts acht weken na de vorige marathon is het voor een beginnend hardloper waarschijnlijk echt wel tijd om te rusten. Als dit het geval is, heb ik deze week echt wel gezondigd. De dag na de marathon liep ik een lichte training, maar de dag nadien was het alweer vrij intensief. Gelukkig voel ik nog steeds geen negatieve gevolgen. Het verstand zal dus de nodige rustpauzes moeten inlassen.
Met een wedstrijd zoals vrijdag worden de spieren en gewrichten extra zwaar belast. Dit vereist extra rust. Zaterdag stond er een culturele uitstap op het programma en kon er niet gelopen worden, zelfs geen herstelloopje. Is een herstelloopje echt belangrijk of is gewoon niks doen even goed. Bovendien wordt er nergens gesproken van leeftijd en ervaring. Een dertiger die al vijftien jaar intensief loopt, zal een ander recuperatieschema hebben dan een vijftiger die pas gestart is met wedstrijden.
Op zondag voel ik toch al opnieuw een behoefte om te gaan hardlopen. Enerzijds heb ik geen specifiek doel (de volgende marathon is nog ver weg) en anderzijds kan mijn lichaam wel wat rust gebruiken; toch trek ik in de late namiddag mijn loopschoenen aan. Zonder echt na te denken langs waar ik ga lopen en voor hoelang, vertrek ik op automatische piloot. De eerste kilometers loop ik langs het standaard zomerparcours van de brokkenlopers en van de groep van Miel.
Ook al heb ik dit parcours al meermaals gelopen, toch draai ik een weg te vroeg af en moet daardoor een extra ommetje maken, en natuurlijk met een toch wel zware helling. Deze (nieuwe) helling gebruik ik om iets intensiever te lopen. (Achteraf blijkt dat ik hier de tweede snelste tijd van Strava-gebruikers gelopen heb). Daarna pik ik terug in op het normale parcours. Ter hoogte van het provinciaal domein draai ik weliswaar in omgekeerde richting rond de vijver. Na het verlaten van dit domein, vervolg ik het DCLA-zomerparcours tot aan de kassei van de Kortrijksestraat.
Op dit lastige (klimmende) stuk kasseiweg blijf ik verder door lopen en schakel zo automatisch over op de omloop van de Linden Bosloop. Ondanks het zware parcours houd ik mijn snelheid voldoende hoog, maar zorg er wel voor dat de hartslag niet te hoog oploopt. Het is en moet een rustige duurloop blijven.
Door dit extra, niet-geplande, stukje bosloop kom ik aan 18 km waardoor mijn weektotaal toch weer boven de 60 km uitkomt. Het is dus duidelijk geen rustweek geworden. Bovendien zitten er in die 60km ook heel intensieve kilometers bij.
Na een dagje rust, zelfs geen DCLA-training, staat er vandaag opnieuw een loop in heverleebos gepland. De middagpauze wordt onder een warme zon al lopend ingevuld, samen met vier collega’s!
Net voor 12u vertrekken we, met de auto weliswaar, richting Heverleebos. Zodra we aankomen, verdelen we ons in groepjes. Het blijft onmogelijk, zelfs met drie, om allemaal samen te lopen. Het niveau is niet gelijk bij iedereen en de voorkeursafstand verschilt daardoor ook. Samen met S. loop ik alvast het vierkante parcours. Dit houdt in dat we gaan voor 10,5 km loopplezier.
Met zijn tweeën beginnen we eraan. De eerste kilometer is bijna volledig in stijgende lijn. Hierover 5’30” lopen, is dan ook zo slecht nog niet. Na deze kilometer zijn we opgewarmd en lopen we de volgende, dalende, kilometer een heel pak sneller: 4’47”. De derde kilometer is opnieuw stijgend toch lopen we deze onder de 5 min. Het tempo zit er duidelijk al goed in.
De Langendaalstraat blijf ik een saai stuk vinden. Door de regen van de afgelopen dagen zijn de plassen nog uitdrukkelijker aanwezig. Er blijft amper een plaats over om te passeren. Dit maakt het lopen niet alleen moeilijker, het zorgt er ook voor dat een constant tempo lopen quasi onmogelijk is. Ondanks al deze natuurlijke hindernissen blijven we ruimschoots onder de 5′ min/km of boven de 12 km/u dus. Hadden we niet gezegd om het rustig aan te doen??
De weg naar de kapel ligt de snelheid ruimschoots boven de 12 km/u; tijdens de afdaling nog veel hoger natuurlijk. De Poggio komt eraan. Tot hier toe hebben we al goed gelopen. met iets kleinere passen loop ik aan een gezapig tempo omhoog. Nu we toch goed bezig zijn, probeer ik de snelheid zo te houden dat we beide niet buiten adem zijn wanneer we boven zijn. Misschien tot op de limiet, maar na de top hernemen we onmiddellijk onze snelheid.
De vierde zijde van het vierkant loopt zelfs nog vlotter. Een snelheid van 13 km/u wordt goed aangehouden. Tijdens de laatste volledige kilometer lopen we zelfs een gemiddelde snelheid van 13 km/u. Hierna zouden we kunnen uitlopen, maar neen. We gebruiken de afdaling niet om uit te bollen, maar om de snelheid nog wat op te drijven.
Het was een mooie duurloop met fantastisch weer. Bij aankomst breekt het zweet toch volop uit. En dit is niet alleen van de warmte!!
Na de verleiding gisteren om toch te versnellen tijdens mijn herstelloopje, zou ik vandaag misschien beter echt niets doen. Zodra iemand me vraagt of ik mee ga lopen, zeg ik onmiddellijk volmondig ja. Ik zeg er wel bij dat ik rustig met de anderen ga meelopen. Het is niet de bedoeling om snel te lopen, integendeel.
Bij de start van de loop krijg ik de tip om toch een langere afstand te lopen, omdat de collega’s voor mij te traag zouden lopen. Na een klein poging tot verzet, kies ik toch een grotere toer in Heverleebos. Eigenlijk is het omgekeerd: ik doe de normale toer en zij doen een kleinere.
Vol goede voornemens start ik met een rustig, doch niet te traag tempo, en bereik de eerste kilometer, die 20m hoger ligt dan de start, na exact 5 min. De tweede kilometer loop ik met ongeveer dezelfde intensiteit, maar dan opnieuw 20m lager en daardoor iets sneller. Intussen zit zowel de intensiteit als de snelheid er al vrij goed in. De zwaardere helling gedurende de derde kilometer doet me de intensiteit nog verhogen en op deze helling blijf ik dan 12,5 km/uur lopen.
De volgende twee kilometer verlopen over onverharde boswegen, met regelmatig te grote plassen, zodat de kant opzoeken de enige manier van doorkomen is. De snelheid blijft er desondanks goed inzitten (gem 13,2 km/u of 4’30” min/km). Mijn voornemen om het rustig aan te doen, is volledig uit mijn gedachten. Ik besef wel dat ik niks mag forceren en houd me een beetje in.
Voorbij de Zoete waters komt de Poggio eraan. Een PR lopen zit er helemaal niet in en dus blijf ik hier relatief rustig. Toch klopt mijn hart bij het boven komen veel te snel: 176 hs/min. Zonder trager te lopen, integendeel zelfs, probeer ik een normaal ademritme te houden. De snelheid (14 km/u) blijft er goed inzitten, maar dan wel met een vrij hoge hartslag. Deze blijft in de buurt van de 170!!
Ondanks de hoge snelheid, hoge hartslag is het leuk lopen. De laatste kilometer gebruik ik dan ook niet om rustig uit te lopen. Er is niets leuker dan de snelheid nog wat opdrijven op het laatste smalle weggetje, kronkelend tussen de bomen.
Na de aankomst besef ik des te meer hoe warm het is. Het zweet begint dan pas echt uit te breken. Ondanks de foute beslissing om zo kort na een marathon vrij intensief te lopen, heeft het deugd gedaan. De vijf PR’s tijdens deze loop had ik zeker niet zien aankomen, gelukkig maar!
We zijn nog maar maandag. Minden dan 24 uur geleden liep ik over de finish van de eerste uitgave van de Great Breweries Marathon. Deze lunchpauze ga ik toch gebruiken om een rustig herstelloopje te doen.
Samen met drie collega’s begeven we ons naar Heverleebos om daar een bosloop af te leggen. Het is vandaag niet de bedoeling om er een tempoloop van te maken. Ik zet me van bij de start op de tweede rij. Ik wil geen tempo bepalen, noch in de verleiding komen om er alleen vandoor te gaan. Het doet pas echt deugd wanneer ik vaststel dat mijn hartslag op deze manier gemakkelijk onder de 130 hs/min blijft. Het blijft van belang om meer van dergelijke rustige duurlopen te doen.
Door onoplettendheid vergeten we zelfs de geplande weg in te slaan. We zetten dan maar onze weg verder en zoeken een alternatieve weg. Na een klein stukje asfalt en een steile klim op kasseien later, lopen we terug onder de beschutting van de bomen. Het duurt toch nog een tweetal kilometer eer we terug op onze geplande weg uitkomen, maar hebben daardoor wel een heel stuk afgesneden. Het zal dus een iets korter loopje worden.
Luc loopt vanaf dan iets sneller en natuurlijk vergezel ik hem. Ik loop dus mee aan zijn snelheid, toch wel boven de 12 km/u. Dan neem ik een kleine halte aan een speciale boom. Er staat een plaat voor met een herdenking aan een zekere Jef Heselmans. Dit wou ik toch eens van korterbij bekijken. Intussen komen de twee anderen ook opnieuw aansluiten.
Toch lopen Luc en ik opnieuw verder aan een hogere snelheid. We lopen zelfs een vrij groot stuk aan 13,7 km/u. Ondanks de soms moeilijk te lopen ondergrond houden de snelheid vrij hoog.
Daar gaat mijn rustig herstelloopje. Gelukkig heb ik de eerste helft wel rustig gelopen en was ik goed opgewarmd. Ik ben toch wel blij met de idee om daags na een marathon zonder enig probleem een bosloop af te leggen aan verschillende snelheden, zelfs vrij hoge.
De kuiten blijven achteraf toch steeds vrij hard aanvoelen. Hopelijk gaat dit snel over.
Nog geen twee maanden na mijn vorig marathon avontuur sta ik vandaag opnieuw aan de start van een marathon. Ondanks de 3u38min in Rotterdam was het voor mij geen geslaagd avontuur. Mijn maag gooide iets te veel roet in mijn eten. Een mogelijke oorzaak is stress. Om dit dit keer te vermijden heb ik heel weinig mensen ingelicht en dan nog heel laat.
Mijn dag start vrij vroeg. Om 6u30 ga ik al naar beneden om te ontbijten. Eerste vraag van de dag: wat eet een mens enkele uren voor een marathon? Dit keer wil ik niet met braakneigingen aan de start verschijnen. Ik houd het op twee boterhammen (wit brood), eentje met Luikse stroop en eentje met confituur, vergezeld met een tas koffie.
Na dit ontbijt maak ik twee drinkbussen klaar met isotone drank. Deze drink ik onderweg naar de start rustig op. Ik luister zeer goed naar mijn maag en zodra ik iets voel stop ik met drinken. De voorziene parking voor diegene dia vanuit Brussel komen is de Carré in Willebroek en dan verder te voet naar de start. Ik kies toch voor de andere parkings ter hoogte van de N16 (Pfizer, …) waar je met een shuttlebus naar de start gebracht wordt. Ik vrees dat de wandeling na de aankomst, terug naar de Carré, te zwaar gaat worden.
Een uur voor de start ben ik toch aan de brouwerij Moortgat en kan dan beginnen aan mijn voorbereiding:eerste sanitaire stop, startpakket afhalen, nummer opsteken, t-shirt afhalen, sportzak afgeven, plaats innemen in een startblok, tweede sanitaire stop, wachten op het startschot. Ik sta achter de pacers van 3u30 en voor deze van 3u45. Ik hoop echt dat ik deze laatste niet meer ga zien.
Na passeren van de startlijn probeer ik onmiddellijk het goed ritme te vinden. Het lukt vrijwel onmiddellijk om een goede snelheid te lopen. Hier is natuurlijk bijlange niet zoveel volk als vorige week in Brussel. De pacers van 3u30′ lopen toch iets verder uit. Ik check mijn horloge en zie dat ik elke kilometer mooi onder de 5 min blijf en houd me dan ook aan mijn tempo. Intussen passeren we de eerste bevoorrading en jawel, dit keer lukt het me wel om iets te drinken zonder mijn maag opwerpt. Het vertrouwen neemt toe.
Net voorbij de achtste kilometer ga ik toch voor mijn derde sanitaire stop (eerste na de start). Tijdens dat minuutje passeren er toch wel vrij veel lopers. Hopelijk heb ik niet al te veel verloren en blijven die pacers van 3u45′ nog ver achter me. Nadat ik mijn weg herneem, voel ik me toch wel opnieuw iets beter. Het is dus van belang om toe te geven aan de druk in de blaas. Trouwens, niet veel later zie ik de pacers van 3u30′ opnieuw voor me uit en het duurt dan ook niet lang dat ik ze zelfs voorbij loop. Ik besef dat ze zelf ook voorlopen op het schema, maar het is daar veel te druk en ik kies om mijn tempo nog wat langer aan te houden en voor hen uit te lopen.
Er is meer dan genoeg bevoorrading, zowel met water in bekertjes als AA Drink in flesjes. Ik vergeet bijna om mijn energiegels te nemen. Toch met wat schrik of de maag dat aan kan, neem ik mijn eerste gelleke. Ik drink het dan ook met kleine slokjes. Bij de volgende bevoorrading kies ik enkel water en het blijkt zonder problemen te verlopen.
Halfweg Great Breweries Marathon
De eerste helft leg ik af in 1u43′. Dit zit inderdaad onder het schema van de 3u30′, maar dan toch met niet te veel reserve. Veel verval mag er dan toch niet zijn. Intussen is de mist die gelukkig de zon voor een groot stuk blokkeert, opgetrokken. De enige beschutting die dan beschikbaar is, zijn de bomen. Gelukkig lopen we toch wel enkele kilometer door de mooie Buggenhoutse bossen. In het centrum van Buggenhout lopen we over de terreinen van de brouwerij Bosteels, gekend van de Triple Karmeliet. Hier is geen tijd voor wat lekker bier, ook al zijn er vele supporters die daar wel tijd voor hebben. Bovendien is het nu echt wel warm en zou een koel biertje wel smaken. Het zal wachten worden tot na de aankomst.
30 km Great Breweries Marathon
Na 30km begin ik toch wel wat schrik te krijgen. Hier begint volgens de kenners de marathon pas echt. Of het psychologisch is of niet, weet ik niet, maar ik voel intussen mijn kuiten toch ook al wat harder worden. Krampen zijn vanaf nu nooit meer ver weg. Ik vrees dat ik mijn tempo wat moet laten zakken. Tot 35km blijf ik toch onder de 5 min/km lopen, maar het wordt steeds moeilijker.
Ik probeer zo goed mogelijk die 12 km/u te blijven lopen, maar de 36ste km komt toch boven de 5 min uit. Een vlugge berekening wijst uit dat ik nog wat reserve heb om onder de 3,5 uur te blijven. DIt moet vandaag lukken! Bij de laatste drinkpost neem ik nog een flesje AA, maar dat is veel te warm. Daar neem ik slechts enkele slokjes van. Vanaf nu is het op karakter. Ik loop nu alleen. Ik wil deze positie, welke het ook is, behouden. Zolang ik mijn voorganger kan blijven zien en niemand achter mij hoor zit ik goed.
De laatste kilometer over de terreinen van de brouwerij Moortgat (Duvel) zijn echt wel zwaar. Het blijft zo snel mogelijk lopen en net geen krampen krijgen. De linker voet is nu de grootste boosdoener. Ik ben dan ook zeer tevreden als ik de rode loper van de finish voor mij zie opduiken. Het is nu nog volhouden tot ik echt over de meet, of eigenlijk de mat van de tijdsregistratie, passeer.
Na de aankomst krijgen we als afwisseling opnieuw een AA Drink. Ik had nu toch wel graag iets anders gehad en neen, geen Duvel, nog niet. Eerst wat bekomen en dan ga ik eerst mijn deelnamepakket afhalen. Aansluiten ga ik mijn sporttas opnieuw afhalen en kan beginnen met de natste kledingstukken te wisselen voor een droog t-shirt, natuurlijk dat van deze wedstrijd. Al de rest, hartslagband, medaille, … steek ik zorgvuldig weg.
Bij de massagestand staat niet al te veel volk en die kans laat ik toch niet aan me voorbijgaan. Ik laat vooral mijn kuitspieren wat losmaken, maar krijg achteraf toch als raad mee om nog veel te drinken. Ik denk niet dat hij Duvel of Karmeliet bedoelt, maar dat worden toch mijn eerstvolgende dranken! Ik houd het dan ook bij deze twee lekkernijen.
En toch wordt deze week anders dan de anderen. Op woensdag pas ik voor de intervaltraining van DCLA. Ik wil zeker niet overdrijven en bovendien moet ik toch een beetje taperen.
Intussen is het donderdag en ga ik toch opnieuw hetzelfde toertje lopen van dinsdag. De collega’s zijn om 12u reeds vertrokken en ik zal het dit keer alleen moeten doen. Mijn hartslagmeter laat ik ook thuis. Hiermee moet ik dan ook al geen rekening houden.
Bij het vertrek weet ik nog niet aan welk tempo ik deze ronde ga afleggen. Ik vertrek met de idee om dezelfde omloop van dinsdag te lopen, maar bij het terugkeren doe ik er twee rondjes Finse piste bij: één snel en daarna nog eentje rustiger. Op die manier kom ik aan 10K. Mijn idee is dan om te versnellen op het Dijlepad, net zoals gisteren, misschien nog eens een keertje op de terugweg en dan gedurende 1 km op de Finse piste.
Ik vertrek toch al aan een redelijk tempo, zonder te overdrijven. Het blijft dan wel dubbel opletten bij het kruisen van wegen en bij het in- en uitlopen van de tunnel. In het domein van het sportkot liggen toch wel iets te grote plassen. Het is moeilijk om ze te blijven ontwijken, zeker met de iets hogere loopsnelheid. Na het kasteel Arenberg schakel ik een kleine versnelling hoger. Op het Dijlepad loopt het nog vrij goed, maar wel met heel veel plassen.
Bij het rechts draaien, het bos in, blijf ik de snelheid hoog houden. Ik probeer deze snelheid aan te houden gedurende mijn volledige loop. Intussen begin ik wel te twijfelen of ik de twee rondjes over de Finse piste er nog ga bij doen. Een natte Finse piste loopt echt wel moeilijk en met het weekend in het vooruitzicht wil ik me toch niet te veel belasten. Eigenlijk is lopen aan deze snelheid (14 km/u) al niet echt goed tijdens een taperweek, maar ik ben nu toch bezig en dus houd ik het maar vol.
Uiteindelijk wordt het toch nog vrij zwaar. Na 7,5 km echt doorlopen, wordt de Karmelietenberg eerder een calvarieberg. Tempo houden op het stijgend stuk Naamsestraat is dan echt een doorbijter. Toch loop ik die laatste kilometer op 4’17” en dat is voor mij zeker niet slecht.