Categorie archieven: Training

Sint-Rochus Stratenloop Binkom 2016

Vandaag staat de derde manche van de marathon van Lubbeek op het programma. Ondanks het veel te warme weer, onderbreek ik mijn vakantie om hieraan deel te nemen. Tibo en Tobi komen met plezier mee en nemen de kortere afstand voor hun rekening.

De afgelopen dagen hoor je niets anders dan spreken over een hittegolf op het einde van de schoolvakantie. Gelukkig zijn we nog aan zee waar deze temperaturen draaglijker zijn. Toch beperk ik de laatste dagen het sporten tot wandelen door het zand of door het water. Zonder het goed te beseffen hoe warm het is in het binnenland, vertrekken we iets na de middag huiswaarts. Thuis is er alleen maar tijd om snel om te kleden, iets te drinken en dan rijden we richting Binkom.

Er is nog parking op de vooropgestelde parking, zoals tijdens de verkenning vastgesteld. De inschrijving verloopt vrij vlot en dan beseffen we pas hoe warm het eigenlijk is. In de tent is het zelfs niet uit te houden en buiten is het ook een plekje in de schaduw opzoeken. Na enkele minuten opwarmen beseffen Tibo en Tobi hoe warm het echt is. Enkel wat lichte oefeningen en heel korte versnellingen moeten voldoende zijn.

Met iets meer dan 50 zijn ze; de deelnemers aan de 5K. Er zijn maar twee echt jonge kinderen bij en de oudste deelnemer is maar liefst 83 jaar oud. Iets over 18u vertrekken zij aan hun twee rondjes. Na één ronde is er al een grote afscheiding en na twee ronden zie je pas hoe zwaar 5K kan zijn. De sprint voor de derde plaats is nog wat spannend, maar de winnaar hiervan heeft te veel gegeven van zichzelf en valt, van uitputting, neer. Slechts een halve minuut na de derde komt Tobi als zesde over de meet. Iets later (1’40”) passeert Tibo als achtste de finish. Een prachtprestatie is het om zo ver vooraan te eindigen.

Een uur na de start van de 5k is het mijn beurt om te starten aan de 14K. Heel veel opwarmen is er niet bij. Voor de start bedraagt mijn hartslag al meer dan 100hs/min. Dit is enkel om de temperatuur van het lichaam onder controle te houden. De speaker, met een pak ervaring, wijst er alle lopers op dat voldoende drinken noodzakelijk is. Onderweg is er één bevoorradingspost en die passeer je na 5K en dus ook na 12K en aan de aankomst is er ook water. Hier passeer je halfweg ook eens en kan je dus ook al iets drinken.

Veel deelnemers zijn er niet. Ik wil niet té snel vertrekken, maar zie er net na de start al een deel voor me uitlopen. Ik probeer vlug te tellen in welke positie ik zit en dit bij te houden tijdens de wedstrijd. Na 500m loop ik in achtste stek en word ingehaald door iemand (RD) die ik moet kunnen voorblijven. Na één kilometer en dit is reeds na 4’03” besef ik dat ik toch te snel vertrokken ben. Echt veel vertragen wil ik toch niet doen, waardoor de tweede kilometer ook in 4’05” wordt afgelegd. Dan hoor ik RD opeens zeggen dat het wat te snel gaat. ik moet sowieso ook vertragen, maar loop toch gestaag van hem weg.

Na 3K voel ik me al heel moe worden en verlang naar water. Voor de start was er gezegd dat er bevoorrading is tussen de 4de en 5de kilometer. Op die kilometer, waar je heen en terug op dezelfde weg loopt, staat niets! Het duurde tot net voorbij de 5K eer er water stond. Gelukkig kunnen we er twee bekertjes nemen, zodat ik twee keer iets kan drinken en dus ook twee keer water over mijn hoofd kan kappen. Ik kook! Ik ben echt kapot. Het worden nog twee lange kilometers eer we voor de eerste keer de aankomst passeren. Ik kan maar aan één ding denken: stoppen. Het heeft geen zin meer. Dit kan ik geen tweede ronde volhouden. Ook al is het tempo gezakt, het blijft ondoenbaar.

Bij de aankomst doe ik dan ook teken dat ik kapot zit, maar aan opgeven mag ik niet denken. Iedereen zit kapot; dat is zeker. Ne voorbij de passage hoor ik de speaker zeggen dat je beter kan opgeven, als het niet meer gaat. Het is gewoonweg te warm om te lopen. Ik hoor dat ik toch wel wat voorsprong heb op mijn eerste achtervolger en hang intussen op de zesde plaats. Dit moet ik kunnen volhouden. De tweede ronde wordt een echte lijdensweg. De hartslag blijft constant in de buurt van de 180 hs/min hangen. Mijn snelheid blijft zakken en ligt al in de buurt van de 12 km/u. Een plaats winnen zit er niet meer in. Zolang ik niemand vlak achter me hoor, ben ik veilig. Net voorbij het laatste stuk onverhard hoor ik helemaal niets meer. De persoon in kwestie is minstens zoveel aan’t zwoegen als ik. De persoon voor mij zie ik al een tijdje niet meer en dus hoef ik enkel te blijven lopen en liefst aan dit tempo. Hiervoor heb ik wel een hartslag nodig die zelfs de 190 hs/min passeert!!

Net voor de laatste bocht zie ik Tibo en Tobi op me wachten. Ik zou moeten blij zijn, maar ben veel te moe. Gelukkig blijven ze mooi naast mij. We zijn er. Nu moet ik water en cola hebben. Ik vraag hen dan ook om een cola te gaan halen voor mij. Met water alleen herstel ik hier niet van. Zelfs na een half uur en twee waters en twee cola’s, blijf ik zweten. Een goed bier, dat is wat ik nu nodig heb!

Wat de marathon van Lubbeek betreft, blijf ik zeker derde staan. De twee die voor mij staan in het klassement, zijn hier ook voor mij geëindigd. Eén van hen is ook van Lubbeek, dus beste Lubbekenaar zit er ook niet in.

Movescount_logo     strava

 

Nog maar eens een rechte nuchtere ochtendloop

We zijn aan zee en dat moet iedereen geweten hebben. Ondanks ik niet op het strand loop, blijf ik toch op de dijk lopen waardoor er weinig bochten te zien zijn.

Voor de vierde keer blijf ik iets minder lang in bed liggen en trek voor het ontbijt mijn loopschoenen aan. Gelukkig ben ik op verlof en moet dus niet extra vroeg opstaan voor een nuchtere ochtendloop. Iedereen slaapt wat langer en ontbijt heel wat later. Toch blijven de pijnlijke knieën voor ongerustheid zorgen.

Vandaag is dat niet anders. In plaats van één dag over te slagen, heb ik nu een dag langer gewacht. Afgelopen zondag liep ik vrij intensief en daardoor lastte ik een extra rustdag in. Toch blijven de knieën al pijnlijk aanvoelen als ik van de achtste verdieping met de trap naar beneden ga. Toch wil ik niet helemaal blijven stilzitten. Ik zal het het wel wat rustiger aan doen. Het komende weekend staat er een wedstrijd op de kalender en die zou ik toch wel willen lopen. Het is dan ook de derde manche van de marathon van Lubbeek.

Dit keer is er niet echt sprake van kop- of rugwind, maar eerder van zijwind. De wind waait dit keer vanuit het binnenland. Het wordt dan ook een extreem warme dag en zelfs voor 9u is het al behoorlijk warm. Zelfs met enkel een singlet zal het zweten worden. Ik houd de snelheid binnen de perken, maar loop toch aan een hartslag in de buurt van de 140 hs/min. De snelheid die ik daarbij kan halen bedraagt 12,3 km/u. Deze snelheid zou een eindtijd van de marathon opleveren van 3u27′, maar dan mag er geen verzwakking komen de laatste 10K.

Tijdens het lopen blijft dit door mijn gedachten spelen: “Hoe kan ik blijven lopen, zonder de pijn in de knieën te verergeren?” Er blijven slechts twee maanden tussen nu en de volgende marathon. Mag ik deze rustige duurlopen nog blijven doen? Mag ik af en toe nog een jogging/stratenloop doen? Zou elke dag ijs leggen het probleem verhelpen? Intussen loop ik verder richting Casino van Middelkerke. Na 5K twijfel ik even om terug te keren en zo de loop in te korten tot 10K. Toch blijf ik aan hetzelfde tempo verder lopen en maak mijn rondje rond het ronde marktplein voor het bewuste casino.

De terugweg richting Oostende brengt weinig nieuws aan het licht. Ik blijf dit tempo aanhouden. De versnelling die ik de vorige keren tijdens de voorlaatste kilometer deed, laat ik vandaag ook achterwege. Ik blijf de snelheid van 12,5 km/u aanhouden, ook al heb ik er een hartslag van net boven de 150 hs/min voor nodig. Dit zou echt lager moeten. Het doel wordt toch om deze snelheid te kunnen lopen aan een lagere hartslag, liefst zelfs niet boven de 140 hs/min. Hiervoor moet ik nog veel langere duurlopen doen.

Movescount_logo     strava

Gezandstraald met zand in ’t zicht

Het is eigenlijk geen weer. Er staat een stevige zuidwesten wind, maar het regent niet. Door de stevige wind is er niemand op het strand en zelfs de fietsers blijven binnen. Toch ben ik niet te houden. Net na de middag besluit ik om het erop te wagen. Ik loop nu mijn zelfde parcours van de laatste dagen en maak op mijn terugweg gebruik van de wind om het enige Strava-segment zo snel mogelijk af te leggen.

De temperatuur valt best mee. Het is zelfs vrij warm. Vol goede moed, vooral denkend aan de terugweg, loop ik vanuit Oostende naar Middelkerke. De wind blaast me continu terug richting Oostende. Het wordt dus lopen tegen de wind in, het lichaam wat verder voorover gebogen. Ter hoogte van Raversijde staan er geen appartementsgebouwen meer en voel je de wind nog feller. Hier zit er nog meer zand in de wind. Mijn lichaam wordt volledig gezandstraald. Erger is de zand in de mond en ogen. Door het zweet blijft de zand overal plakken. Het wordt zelfs onmogelijk om de ogen open te houden. Een goede bril was nu wel nodig geweest. Weer iets bijgeleerd.

Met maar één oog half open loop ik verder tot in Middelkerke. Ondanks alle moeilijkheden blijf ik toch een snelheid van 12 km/u (=5’00 min/km) houden. De knieën blijven toch wel pijnlijk. Ik probeer dan ook zo weinig mogelijk op mijn hielen neer te komen. Met de nodige concentratie lukt het me meestal om meer vooraan op de voeten neer te komen. Ook bij deze snelheid blijft mijn cadans schommelen rond de 170 st/min. Dit was vorig jaar slechts 160 st/min. De tegenwind zal er waarschijnlijk ook iets mee te maken hebben.

Na het keerpunt ben ik verlost van de tegenwind en het zandstralen. Dit betekent dat de snelheid moet opgevoerd worden. Het bewuste segment begint al na 500m en bedraagt meer dan 4K. Goed bewust van de afstand leg ik de eerste kilometer toch af in 3’52”. De hartslag bereikt pas op het einde van deze kilometer 170 hs/min. Het zijn nu nog 3K! De volgende kilometers verlopen analoog. De hartslag blijft flirten met de 170 hs/min en de snelheid bedraagt steeds net boven de 15 km/u. Pas tijdens de vierde en laatste kilometer loopt de hartslag nog iets hoger op, tot 176 hs/min. Omdat ik nu toch al 4,2K op mijn snelste loop, probeer ik dit nog iets langer vol te houden om zo mijn beste tijd op de 5K ook te verbeteren.

Het lukt me natuurlijk ook. Het zou erg zijn, moest het met dit windvoordeel niet lukken. 19’22” bedraagt nu mijn beste tijd. Natuurlijk weet ik, en jij nu, dat dit gelopen is met iets te veel rugwind.

 

Nuchtere ochtendloop met versnelling

Twee dagen na mijn eerste ochtendloop is het opnieuw tijd voor een vetloopje aan zee. Bij gebrek aan inspiratie kies ik voor hetzelfde parcours en afstand, zijnde van Oostende naar Middelkerke en terug.

Deze loop is quasi identiek aan de vorige. Ik draag exact dezelfde kledij, loop exact hetzelfde weg en afstand en dit zelfs op hetzelfde moment van de dag. Toch is deze loop verschillend van de vorige. In plaats van met rugwind te vertrekken, moet ik dit keer met tegenwind vertrekken. Het goede gevoel van de lage hartslag aan mijn normale snelheid heb ik dit keer spijtig genoeg niet.

Ondanks de tegenwind kan ik toch zonder te forceren een snelheid aanhouden van boven de 12 km/u. De hartslag die ikhiervoor nodig heb, bedraagt 140-150 hs/min. Dit is weer veel te snel als vetloopje. Om een goede vetverbrandingsloop te doen, zou je hartslag toch wel een pak lager moeten liggen. Het blijft voor mij heel moeilijk om trager te lopen. Ik blijf duidelijk zitten met de idee-fixe dat trainen altijd intensief moet zijn.

Een mens is nooit te oud om fouten te maken. Niet alleen het te snel of te intensief lopen, is fout. De grotere fout die ik maak, is dat ik blijf lopen met pijnlijke knieën. De kniepijn van de afgelopen dagen blijft de kop op steken. Het is niet alleen de patellapees die aan beide knieën pijn doet; ook rond de knie is er pijn voelbaar. Het zal de komende dagen en weken  zoeken zijn naar een evenwicht tussen blijven trainen en de knieën de nodige rust geven.

De terugweg kan ik lopen met de wind in de rug. Door het windvoordeel kan ik nu blijven lopen aan 13 km/u, met een bijhorende hartslag van vooraan in de 150 hs/min. Vandaag kies ik er ook weer voor om de 12de km te versnellen. Het lukt me dan ook om (met wat windvoordeel) deze kilometer af te leggen in 3’55”. De laatste kilometer blijf ik gebruiken als cooling down.

Het is een mooie loop, alleen spijtig van die knieproblemen.

Movescount_logo     strava

Vakantie: nuchtere dijkloop

Intussen ben ik ook (eindelijk) vertrokken op verlof. Dit jaar breng ik mijn verlof door aan de Belgische kust. Verlof betekent niet dat de loopschoenen thuis blijven, integendeel. Het moet een periode zijn waar ik nog meer tijd aan sport kan spenderen.

Ondanks het verlof in eigen land is het weer zeer goed. Zo goed zelfs dat ik ’s morgens moet lopen. Overdag is het te warm en ook wel wat te druk op de zeedijk. Op langs de dijk te lopen, heb ik maar twee mogelijkheden. Ik loop naar links of naar rechts. Naar rechts is richting Oostende en dan loop je vast aan de haven. Het moet dus naar links, richting Middelkerke. Eigenlijk heb ik dus geen keuze.

De wind zou mijn keuze bepalen. Het lopen langs de zeedijk is te simpel. Je loopt in één richting, kiest een keerpunt en loopt via dezelfde weg terug, in exact de tegenovergestelde richting. Ik geef de voorkeur om met tegenwind te vertrekken en met rugwind terug te keren. Vandaag lukt me dit al niet. Ik vertrek dus met wind in de rug. De invloed van de wind besef je pas als je ertegen moet vechten. Zelfs de lagere hartslag (130 hs/min bij 12 km/u) deed met het niet beseffen. Ik had echt de idee dat ik opeens zuiniger liep.

Na enkele kilometer zie ik een gekend gebouw (casino Middelkerke). Dat lijkt me een mooie plek om naartoe te lopen en ideaal om als keerpunt te onthouden. Het duurt echt wel lang eer ik er effectief ben. Mijn Suunto duidt dan intussen al 6,5 km aan. Als keerpunt is het pleintje voor het casino perfect: een rond marktplein. Na mijn rondje van het plein begin ik aan mijn terugweg en nu met tegenwind.

Op de terugweg houd ik mijn snelheid min of meer constant. Het is nog steeds een nuchtere ochtendloop en ik wil het ook zo houden. Het moet dus een vetverbrandingsloopje zijn en hiervoor moet je je lichaam de tijd geven. In het verleden heb ik dit veel te weinig gedaan.

Vermits ik keerde op ongeveer 6,5K verwacht ik aan te komen aan mijn vertrekpunt na 13K. Als ik een versnelling wil plaatsen, wil ik niet wachten tot het einde. Er moet sowieso rustig geëindigd worden. Dus kies ik ervoor om de voorlaatste kilometer te versnellen. Als ik de twaalfde kilometer versnel, heb ik een volledige kilometer die ik kan gebruiken als cooling down. Net na 11K versnel ik naar 14 km/u. De hartslag laat niet op zich wachten en versnelt naar net geen 160 hs/min.

De kilometer duurt toch wel lang. Ik ben dan toch wel blij dat ik opnieuw kan vertragen. De laatste kilometer loop ik dan ook rustig uit. Laat het ontbijt nu maar komen.

Movescount_logo     strava

Verkenning Loop Binkom

Eind deze maand vindt het derde deel van de Marathon van Lubbeek plaats  in Binkom. Vermits ik aan de twee eerste sessies (Linden, Lubbeek) al deelgenomen heb, wil ik dit derde deel niet laten schieten. Meer zelfs, ik wil hier zelfs een goed resultaat behalen. Hiervoor ga ik vandaag al eens het parcours verkennen.

Een verkenning betekent eveneens het verkennen van de omgeving, mogelijke parkeerplaatsen en ook, heel belangrijk, de weg ernaar toe. Parkeren wordt al zeker een probleem. Het is belangrijk om tijdig aan te komen. Het parcours is vrij ingewikkeld en heeft ondermeer twee keerpunten en nog andere wegen waar in twee richtingen gelopen wordt. Zelfs met het parcours als GPX-bestand geladen in mijn horloge blijft het heel moeilijk.

Op deze zondagmiddag is het vrij warm. Ik heb geen extra drank voorzien, ook niet om onmiddellijk na het lopen iets te kunnen drinken. Ik vertrek op de plaats waar ik denk dat het vertrek zal zijn en begin vol goede moed aan mijn verkenningsloop. Echt fris voelen de benen niet. De tempoloop van afgelopen vrijdag is nog zeker niet verteerd en bovendien blijven mijn knieën, patellapees, voor wat pijn en onrust zorgen.

Mijn eerste kilometer leg ik nochtans af in 4’38”, helemaal niet slecht in de hierboven vermelde omstandigheden. Toch probeer ik de volgende kilometers op hetzelfde tempo af te leggen. De tweede (4’26”) en de derde (4’33”) worden zelfs nog iets sneller afgelegd. In de vierde kilometer ligt een keerpunt en een stuk afgesloten bosweg, waardoor de snelheid zelfs even tot 0 zakt. Toch heb ik nu ook maar 4’39” nodig. Na het terugkeren over dezelfde weg, is het moeilijk om de rest van het parcours te vinden. Ik zie de plattegrond wel, maar zo zie je niet in welke richting je overal moet lopen. In de vijfde kilometer ligt ook aan keerpunt en begin ik het echt wel warm te krijgen. Toch zakt de snelheid niet, 4’31” voor de laatste kilometer.

Hierna moet er opnieuw van de weg afgeweken worden. Door de vele brandnetels twijfel ik even en duw de horloge op pauze om een weg te vinden. Er is geen echt alternatief en dus wandel ik heel voorzichtig door de brandnetels en vergeet hierdoor opnieuw op start te drukken. De volgende kilometers gaan via boswegen, langs een perelaar en zo terug via de weg richting finish. Voor tussen de fruitbomen en hoge gras naar de weg, zijn zwaar om het tempo erin te houden. Aan de finish wil ik een korte pauze inlassen en merk hier dat mijn horloge de hele tijd op pauze gestaan heeft. Echt zonde.

Met de moed in mijn schoenen begin ik aan een tweede ronde. De wedstrijd zelf bestaat ook uit twee ronden van iets meer dan 7K. Ik besef nu pas echt hoe zwaar het hier gaat worden. Mede door de snelheid en het warme weer, zal de snelheid toch moeten zakken. Door de foute manipulatie van de horloge weet ik niet hoeveel kilometer ik reeds heb afgelegd, maar ik besluit toch om de tweede ronde niet volledig af te leggen.

Het is met gemengde gevoelens dat ik deze verkenning uitgevoerd heb. Enerzijds ben ik blij dat ik de wegen van de loop verkend heb, anderzijds besef ik nu wel hoe zwaar het gaat worden. Bovendien blijf ik met een minder gevoel achter en dit niet alleen door de pijnlijke knieën.